Signalen voor de toekomst: technologie en de AIVD

The Ones – Micky Hoogendijk

De digitale technologie ontwikkelt zich in hoog tempo. Wat betekent dat voor het werk van de AIVD? Die vraag legde de dienst ruim een jaar geleden voor aan het Rathenau Instituut.  Het Rathenau Instituut houdt zich al 40 jaar bezig met onderzoek en debat over de impact van wetenschap, technologie en innovatie op de samenleving. Het resultaat is het rapport Signalen voor de toekomst, waarin vier mogelijke toekomstscenario’s tot 2035 worden geschetst, aangevuld met zeven aanbevelingen voor hoe de AIVD zich kan voorbereiden op technologische en maatschappelijke veranderingen. De toekomsthorizon ligt ogenschijnlijk ver weg, maar voelt tijdens het lezen soms verrassend dichtbij. Dat was reden voor een gesprek met Francisca Wals, onderzoeker en medeauteur van het rapport.

Technologie als drijvende kracht

De AIVD vroeg het Rathenau Instituut om te verkennen hoe communicatie, informatievergaring en de samenleving zich in de komende tien jaar zouden kunnen ontwikkelen. ‘Technologie is daarbij een belangrijke drijvende kracht,’ legt zij uit, ‘maar altijd in samenhang met maatschappelijke, economische en geopolitieke factoren.’ Juist die wisselwerking is een kerngebied van het Rathenau Instituut.

Technologische ontwikkelingen veranderen niet alleen hoe mensen communiceren, maar ook hoe zij met elkaar omgaan. De online en offline wereld raken steeds sterker verweven, en relaties tussen mens en machine komen vaker voor. Dat stelt inlichtingen- en veiligheidsdiensten voor nieuwe en complexe uitdagingen. ‘De AIVD wilde beter begrijpen wat dat betekent voor hun werk,’ aldus Wals.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de AIVD, met behoud van de onafhankelijke rol van het Rathenau Instituut. ‘De analyse en conclusies zijn zelfstandig tot stand gekomen. Waar gepast en gewenst dachten onze opdrachtgevers mee en deden ze expertchecks, bijvoorbeeld op dreigingstypen’.

Centraal stonden vragen als: hoe veranderen technologische ontwikkelingen het werk van de diensten? Zijn de huidige bevoegdheden toereikend? Hoe blijft de AIVD wendbaar? En hoe worden toezicht en grondrechten van burgers gewaarborgd?

Trends als vertrekpunt

Het onderzoek startte met een brede analyse van trends: technologisch, maar ook maatschappelijk, economisch, geopolitiek en beleidsmatig. ‘Die trends beïnvloeden allemaal de manier waarop mensen met elkaar interacteren,’ zegt Wals. ‘Vanuit die analyse hebben we verschillende ontwikkelpaden geschetst en gecombineerd tot logische, plausibele scenario’s.’ Wals benadrukt dat de scenario’s geen voorspellingen zijn. Het zijn ‘voorstellingen’ van hoe de toekomst zich zou kunnen ontvouwen.

Veel van de beschreven trends zijn herkenbaar in het dagelijks leven. Sommige ontwikkelingen, zoals de groeiende macht van grote technologiebedrijven, ontvouwden zich zelfs al tijdens het onderzoek. ‘Dat maakte de scenario’s soms confronterend actueel,’ aldus Wals.

Vier scenario’s

Uit de trendanalyse kwamen vier toekomstscenario’s voort. In elk scenario verschilt wie de controle heeft over digitale middelen – burgers, overheid, technologiebedrijven of niemand in het bijzonder – en hoe omvangrijk de beschikbare datastromen zijn. Die variatie heeft directe en indirecte gevolgen voor de positie en het functioneren van de AIVD.

1. Burgers bepalen

In het eerste scenario zijn burgers ‘het zat’. Er ontstaat een brede beweging richting digitale detox: smartphones worden op steeds meer plekken geweerd, offline ontmoetingen winnen aan populariteit en sociale cohesie neemt toe. Initiatieven als smartphonevrij opgroeien worden gemeengoed. Een belangrijke randvoorwaarde is wel een politieke koerswijziging in de Verenigde Staten.

Voor de AIVD betekent dit scenario een tegenbeweging ten opzichte van de huidige datatrend. Er ontstaat ‘datadroogte’, wat het verzamelen van inlichtingen bemoeilijkt. Burgerrechten staan centraal, waardoor toezicht en controle op de dienst intensief zijn. Dat kan de wendbaarheid van de AIVD onder druk zetten.

Human intelligence wordt in dit scenario cruciaal. Daarnaast zou de dienst kunnen inzetten op technische middelen in de fysieke wereld om eigen datastromen veilig te stellen, of op uitbreiding van de medewerkingsplicht. Die laatste optie kan echter het wantrouwen jegens de dienst vergroten. Een voordeel is wel dat medewerkers makkelijker anoniem kunnen blijven.

2. Corporate control

In het scenario Corporate control grijpen grote technologiebedrijven de macht. Hun innovaties krijgen volop ruimte en worden enthousiast omarmd. Er heerst techno-optimisme, cryptovaluta zijn het belangrijkste betaalmiddel en dataverzameling draagt bij aan efficiëntie en gemak.

Tegelijkertijd neemt de digitale afhankelijkheid toe. Europa verliest strategische autonomie, het energieverbruik stijgt en sociale cohesie neemt af. Nieuwe databronnen geven toegang tot uiterst gevoelige informatie, zoals fysiologische en neurologische data.

Voor de AIVD verschuift de focus naar technical intelligence. Er is een overvloed aan data, met het risico dat de dienst daar te sterk op leunt en afhankelijk wordt van bedrijven en de betrouwbaarheid van hun gegevens. Human intelligence kan ondergesneeuwd raken. Ook de anonimiteit van medewerkers en bronnen staat onder druk. Dit scenario roept bovendien fundamentele vragen op over mensenrechten en samenwerking met private partijen.

3. Toenemend totalitarisme

Het derde scenario schetst een geopolitiek instabiele wereld met dreigingen vanuit landen als Rusland, Iran en China. Cyberaanvallen en aanslagen leiden tot een maatschappelijke roep om meer staatscontrole. Dat versterkt polarisatie en wantrouwen binnen de samenleving.

Vanuit de samenleving is de roep sterk om de AIVD ruimere bevoegdheden en meer middelen te geven en juist minder toezicht. De maatschappelijke en politieke druk neemt toe om de flexibiliteit en wendbaarheid van de diensten ten gunste van nationale veiligheid te vergroten. Surveillance neemt toe en privacyrechten raken op de achtergrond. De afhankelijkheid van technologie en technische specialisten groeit sterk. Daarbij ligt het gevaar van ‘digitaal taylorisme’ op de loer: medewerkers voeren slechts kleine, routinematige taken uit, waardoor overzicht en vakmanschap verloren gaan.

Hoewel Europese samenwerking intensiveert en er zelfs een pan-Europese veiligheidsdienst ontstaat, roept dit scenario grote vragen op. Hoe ver mag surveillance gaan? Wat betekent dit voor de anonimiteit van medewerkers? En hoe voorkom je ongewenste vermenging van gegevens tussen diensten?

4. Fikse fragmentatie

In het vierde scenario is de wereld sterk gefragmenteerd. Machtsblokken staan tegenover elkaar en digitale ecosystemen zijn van elkaar afgesloten. Online platforms vormen broedplaatsen voor nieuwe vormen van extremisme. Europa raakt economisch en technologisch achterop, terwijl ook binnen Nederland de gemeenschapszin afneemt.

Mensen communiceren vooral binnen gesloten groepen via beveiligde apps. Aan de randen van de samenleving ontstaan ‘buitenbeentjes’ die zich online verenigen rond complottheorieën en gewelddadige ideeën. Soms leidt dit tot zogenoemd saladebar-extremisme: moeilijk te voorspellen individuele geweldsdaden.

Voor de AIVD is dit een bijzonder lastig scenario. Traditionele inlichtingenmethoden leveren weinig op en ideologische categorieën ontbreken. Wel kan de dienst proberen via zogeheten weak signals – onspecifieke, gefragmenteerde gedragsgegevens – een informatiepositie op te bouwen. Daarbij rijst de vraag hoever privacybescherming mag worden opgerekt, zeker omdat de meeste buitenbeentjes geen directe dreiging vormen.

De toekomst nadert snel

Volgens Francisca Wals helpen de scenario’s de AIVD vooral om het denken te verruimen. ‘In elk scenario zitten elementen die we nu al zien. Wat als die zich doorzetten? Wat betekent dat voor de dienst?’ Die denkoefening vergroot de paraatheid.

Over de scenario’s heen identificeerde het Rathenau Instituut een aantal terugkerende kwesties: de inzet van nieuwe technologieën, nieuwe dreigingen, toestemming, toetsing en toezicht. Welke data mag de AIVD verzamelen? Welke analysetechnieken zijn wenselijk? Hoe wendbaar is de dienst, en wat betekent nauwere samenwerking voor de scheiding van verantwoordelijkheden?

Op basis daarvan formuleerde het instituut concrete aanbevelingen. Die zijn niet alleen gericht op de toekomst, maar ook toepasbaar in het hier en nu. Zo benadrukt het rapport het belang van een balans tussen technical intelligence en human intelligence. Culturele kennis, talenkennis en begrip van sociale context blijven onmisbaar. Ook het personeelsbeleid en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) zouden tijdig moeten worden aangepast aan nieuwe technologische realiteiten.

Een andere belangrijke aanbeveling betreft het toezicht. ‘Dat hoeft geen strijd te zijn,’ zegt Wals. ‘Wendbaarheid en verantwoording kunnen samen gaan, als diensten en toezichthouders daar gezamenlijk naar zoeken.’

Daarnaast pleit het rapport voor het juridisch vastleggen van samenwerking, een sterkere inzet op preventie van radicalisering en het stimuleren van maatschappelijk en politiek debat over nationale veiligheid. Met Signalen voor de toekomst hoopt het Rathenau Instituut dat debat te voeden. ‘We staan op een cruciaal moment,’ besluit Wals. ‘De keuzes die we nu maken over technologie, toezicht en veiligheid, bepalen hoe menswaardig onze digitale toekomst wordt.’

Signalen voor de toekomstRathenau Instituut

Tijdelijke cyberwet AIVD en MIVD: meer slagkracht, maar nog niet uitgekristalliseerd

Amma

door

Lina Iris Viktor

Sinds 1 juli 2024 werken de AIVD en MIVD naast de Wiv 2017 ook met een Tijdelijke wet cyberoperaties en bulkdatasets. Eind 2025 verscheen een invoeringstoets van deze Tijdelijke wet. Daaruit blijkt dat de invoering van die wet haperde, dat er nog de nodige knelpunten liggen maar dat er wel aan slagkracht is gewonnen door de AIVD en MIVD. De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft zelfstandig haar bevindingen aan de Tweede Kamer gestuurd. Er zijn nog een aantal knelpunten op te lossen voor een wetsvoorstel van een definitieve nieuwe Wiv.

Aanpassing aan een veranderende dreiging

De aanleiding voor de Tijdelijke wet cyberoperaties en bulkdatasets ligt in de toegenomen digitale dreiging vanuit statelijke actoren. Cyberaanvallen, spionage en digitale sabotage door buitenlandse mogendheden maken volgens het kabinet een andere manier van werken noodzakelijk. De wet maakt het onder meer eenvoudiger om gebruik te maken van kabel- en bulkinterceptie, hacken en het onderscheppen van communicatie.

Tegelijkertijd wijkt het toezicht deels af van de bestaande systematiek in de Wiv 2017. In plaats van uitsluitend voorafgaande toestemming door de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), is bij sommige bevoegdheden gekozen voor bindend toezicht door de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) tijdens de uitvoering. Ook is een nieuwe mogelijkheid ingevoerd voor de AIVD en MIVD om tegen besluiten van toezichthouders in beroep te gaan bij de Raad van State. Dat is in deze periode 1 keer gebeurd.

Beperkte toepassing in de praktijk

De invoeringstoets bevestigt wat al eerder bekend was: de wet kon in de eerste periode slechts gedeeltelijk ten uitvoer worden gebracht. Dat had vooral te maken met de huisvestingsproblemen bij de CTIVD. Het duurde tot 1 oktober 2025 voordat de huisvesting en personele uitbreiding gereed was. De CTIVD was hierover ‘not amused’ zo blijkt uit de brief. “De CTIVD vindt het vanuit haar ervaring met de Tijdelijke wet van belang te wijzen op de noodzakelijke realisatie van belangrijke randvoorwaardelijke zaken bij de toezichthouder, zoals budget, huisvesting, ICT en personele capaciteit. Bij de inrichting van de toezichthoudende instantie in het kader van de herziening dient dan ook aandacht te worden besteed aan de toekenning en realisatie van deze benodigde randvoorwaardelijke kwesties.”

Slechts een beperkt aantal bevoegdheden kon hierdoor volledig worden ingezet. Dat betrof het verkennen bij de hackbevoegdheid, het vaststellen van een nieuwe eindtermijn voor het gebruik van bulkdatasets, de inzet van kabelinterceptie en de inzet van de stomme tap . Bij een stomme tap wordt alle communicatieverkeer realtime verzamelt, maar niet de inhoud van de communicatie. Met andere bevoegdheden, zoals het verkennen bij bulkinterceptie, de beschrijving van technische risico’s bij de inzet van de hackbevoegdheid, het bijschrijven voor de hackbevoegdheid, tappen en bepaalde telecommunicatiegegevens is minder ervaring opgedaan, vooral door huisvestingsproblemen van de CTIVD. Het bijschrijven van bepaalde bevoegdheden is eenvoudiger geworden in de Tijdelijke wet en betekent dat de diensten eenvoudiger toegang verkrijgen tot bijvoorbeeld computers, telefoons, netwerken en servers. Ze hoeven niet langer per geval toestemming te krijgen, maar kunnen het ‘bijschrijven’ bij een eerder verkregen toestemming.

Effecten

De effecten van de toepassing van de bevoegdheden zijn in de praktijk dus ook beperkt. Binnen de diensten is aan medewerkers gevraagd wat zij merken van de effecten en dan komen er behoorlijk wat algemene opmerkingen voorbij in de invoeringstoets. ‘De wet creëert toepassingsmogelijkheden passend bij de dreiging die uitgaat van landen met een offensief cyberprogramma’, ‘er is nadrukkelijk oog geweest voor de effecten van twee wettelijke regimes’, ‘in die gevallen waar de wet is ingezet, heeft dit bijgedragen aan de doelstellingen van de Tijdelijke wet’, de toepassing van de bepaling voor bulkinterceptie heeft het zicht op statelijke actoren heeft vergroot’, ‘het effectief kunnen uitvoeren van kabelinterceptie geeft de diensten meer mogelijkheden om gekende en ongekende dreigingen te signaleren’ en ‘het langduriger kunnen gebruiken van bulkdatasets heeft positief bijgedragen aan de operationele slagkracht’.

Bulkdatasets

De CTIVD beschrijft ook positieve ervaring met het vaststellen van nieuwe eindtermijnen van bulkdatasets. In de Wiv 2017 was de eindtermijn voor niet-relevante gegevens van bulkdatasets anderhalf jaar en werd periodiek bepaald of de gehele bulkdataset moest worden vernietigd. In de Tijdelijke wet is dit aangepast en kunnen de diensten, na goedkeuring door de CTIVD, vanwege dringende redenen met het oog op de nationale veiligheid bulkdatasets langer bewaren en gebruiken.
Het bindend toezicht bij die vaststelling ziet de CTIVD als een belangrijke waarborg, die meer maatwerk biedt dan een vaste wettelijk bewaartermijn. Een waarborg die in een nieuwe Wiv verankerd zou moeten worden, aldus de CTIVD. Een lastig punt zijn nog wel de dynamische bulkdatasets, schrijft de CTIVD. Dit zijn bulkdatasets die bijvoorbeeld periodiek worden aangevuld met actuelere gegevens, waardoor de set wordt geüpdatet. Hier zou in de nieuwe Wiv meer duidelijkheid over moeten komen, stelt de CTIVD.

Het is niet het enige punt waarover de CTIVD meer duidelijkheid zou willen hebben in de voorstellen voor een nieuwe Wiv. De CTIVD meldt dat ‘diverse begrippen in de Tijdelijke wet onvoldoende zijn afgebakend in de wet of in de parlementaire stukken waardoor bij de eerste toepassing van deze begrippen discussie is ontstaan tussen betrokken partijen’. Onduidelijkheid over het begrippenkader, zoals de CTIVD het noemt, is niet terug vinden in de bijdrage van de AIVD en MIVD. Zij melden in de invoeringstoets, ‘de bevoegdheden konden onvoldoende frequent worden ingezet om conclusies te kunnen trekken over de knelpunten in de uitvoeringspraktijk’.

Trage toetsing frustreert operaties

Geen invoeringstoets zonder knelpunten natuurlijk, zeker als het zulke ingewikkelde materie betreft als deze Tijdelijke wet.

Een belangrijk knelpunt is de tijd die de TIB nodig heeft om toestemming te geven voor bepaalde operaties. In enkele gevallen duurde dat langer dan vier weken. Dat is problematisch in het cyberdomein, waar kansen zich vaak maar kort voordoen. Het kabinet pleit daarom voor een wettelijke beslistermijn, zodat snelheid en zorgvuldigheid beter in balans worden gebracht. Die aanpassing moet onderdeel worden van de herziening van de Wiv 2017.

Filtering Netflix en YouTube verdwijnt

Een ander knelpunt zijn de streamings- en downloaddiensten. Niet de series of lollige video’s an sich die ze verspreiden, maar de mogelijkheid om ze ook voor ‘comments’, verborgen boodschappen of zelfs verborgen communicatie te misbruiken. Bij bulkinterceptie stuitten de diensten ook op dit materiaal. Bij de Tijdelijke wet wordt er achteraf gefilterd, terwijl er onder het regime van de Wiv 2017 vooraf gefilterd wordt. Netflix, YouTube en andere diensten werden, zeg maar, niet binnengehaald door de diensten. Een toezegging van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Bij de invoering van de Tijdelijke wet is gebleken dat de systemen niet op deze twee verschillende werkwijzen kunnen worden ingericht, meldt de minister nu. Bovendien is filtering vooraf niet wenselijk, aldus de minister, omdat inlichtingen over kwesties zoals jihadistisch en/of rechtsextremistisch terrorisme dan niet worden ontdekt.

Wachten op de wetswijziging (januari 2027) is niet opportuun stelt de minister, en ‘daarom willen wij verduidelijken dat het niet meer negatief filteren van streamings- en downloadverkeer, zoals dat in de Tijdelijke wet is vastgelegd, nu ook gaat gelden voor onderzoeken die niet vallen onder de Tijdelijke wet’. De Tweede Kamer kan een technisch briefing aanvragen, maar in principe wil de minister deze beleidswijziging na het volgende debat over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gaan uitvoeren.

Geautomatiseerde data-analyse

Een ander ingewikkeld knelpunt blijft de geautomatiseerde data-analyse op bulkinterceptiedata. Deze blijkt in het kader van de Tijdelijke wet nog niet te hebben plaatsgevonden. In de invoertingstoets schrijven de ministers dat ‘op dit moment over de toepassing ervan een verschil van inzicht bestaat tussen de TIB en CTIVD enerzijds en de beide diensten anderzijds’. De CTIVD bevestigt dit in haar brief en meldt erbij dat ‘de CTIVD het voortouw neemt om te proberen te komen tot een oplossing in deze kwestie’. De kwestie speelt al langer en wordt door de CTIVD hier op pagina 13 in al zijn complexiteit behoorlijk uit de doeken gedaan.

Een van de kwesties is dat het in de praktijk lastig is een duidelijk onderscheid te maken tussen ‘metadata’ en ‘inhoud’, met name bij internetgerelateerde data, aldus de CTIVD. En precies dit speelt bij de geautomatiseerde data-analyse op bulkinterceptiedata.

Nog geen definitief oordeel

Door de beperkte toepassing van de Tijdelijk wet is het nog te vroeg om definitief vast te stellen of de wet haar doel volledig bereikt, zo concluderen de ministers. Er is geen compleet beeld van de consequentie voor de uitvoering. Daardoor kan er geen sluitend antwoord worden gegeven op de vraag of het doel van de Tijdelijke wet, te weten meer operationele slagkracht en wendbaarheid met behoud van gepaste waarborgen, in voldoende mate is behaald, aldus de ministers. Potentieel blijft de Tijdelijk wet een gepast antwoord op de toenemende dreiging vanuit statelijke actoren, een stelling die de ministers innemen op basis van de tot op heden wel behaalde positieve effecten. De knelpunten zullen worden meegenomen in het voorstel voor de nieuwe Wiv of nu al worden aangepast

Toezichthouders AIVD en MIVD worden samengevoegd

In een commissiedebat in de Tweede Kamer heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Frank Rijkaart, op 17 december 2025 gemeld dat de beide toezichthouders op de AIVD en MIVD worden samengevoegd. De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) verdwijnen hiermee en zullen in een nieuwe toezichthouder opgaan in januari 2028.

Tot op heden lagen er drie scenario’s voor het toezicht op de AIVD en MIVD in een nieuw stelsel dat op 1 januari 2028 in moet gaan. Er wordt opnieuw naar dit stelsel gekeken, omdat de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten gaat worden aangepast. In de Tweede Kamer maakt men zich zorgen over het tempo, waarin dit nu gebeurt. Is er wel voldoende ruimte voor politieke en maatschappelijke betrokkenheid? De AIVD en MIVD roepen op tot een slagvaardige en wendbare wet.

Eén  van de belangrijke punten is het toezichtstelsel. Momenteel controleert de TIB vooraf bindend de inzet van bepaalde bijzondere bevoegdheden, de CTIVD controleert achteraf. In de Tijdelijke Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets zijn hier al verschuivingen in geweest.

Voor het toekomstige toezicht zijn er drie scenario’s: een lichte aanscherping van de oude werkwijze,  het stelsel zoals nu bij de Tijdelijke Wet en een geïntegreerd stelsel van toetsing en toezicht, waarbij er één toezichthouder komt voor controle vooraf en achteraf.

Minister Rijkaart meldt nu dus voor het laatste scenario te hebben gekozen. Vorig jaar meldde de voormalige minister Judith Uitermark nog aan de Tweede Kamer dat er onderzoek werd gedaan naar de drie scenario’s. Onderzoek dat in de tussenliggende periode niet gedeeld is met de Tweede Kamer.

Dit scenario had de voorkeur van de TIB en CTIVD, maar kent ook nadelen. Eén van de ingewikkelde kwesties is of een toezichthouder die vooraf toestemming geeft bepaalde bevoegdheden in te zetten daar achteraf wel opnieuw toezicht op zal kunnen houden. Welke voor- en nadelen biedt deze vorm van toezicht ten opzichte van de andere varianten?

Het wetsvoorstel voor een nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten wordt ook niet in januari 2026 ter consultatie ter inzage gelegd, maar pas in de zomer. Het inhoudelijke debat zal dan ook onder flinke tijdsdruk komen te staan. De wet zal op 1 januari 2028 al moeten werken, omdat de Tijdelijke Wet Cyberoperaties en Databulksets dan eindigt.



Nog geen zicht op  nieuwe wet voor inlichtingendiensten (Wiv)

De Tweede Kamer komt deze week eindelijk weer eens bij elkaar om kwesties rondom de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te bespreken. In een tijd waarin de dreiging uit allerlei hoeken toeneemt is dat geen overbodige luxe. Welke maatregelen, nieuwe wetten en/of samenwerkingen zijn nodig tegen die dreigingen? Hoe ver willen we daar in gaan? En is er eigenlijk al zicht op verschillende toezichtscenario’s en de werking van de Tijdelijke Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets?

Een hernieuwde kennismaking

Het heeft even geduurd, maar dan krijg je ook wat. Komende woensdag (17 december 2025) zal de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer bij elkaar komen om kwesties over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te bespreken. Ik duik er zelf ook in, sinds kort heb ik alle tijd om weer aandacht te besteden aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Een blik op de eerdere bijeenkomsten van deze vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over zoals zij dat noemen ‘IVD-aangelegenheden’ leert dat het nog maar de vraag is of deze bijeenkomst woensdag wel doorgaat. Sinds begin juni is het de vierde poging dit overleg bijeen te roepen. Het maakt direct zichtbaar wat de val van het kabinet-Schoof betekent voor het parlementaire werk.

Lijnen uitzetten

Want voor wie het wel eens vergeet, zeker in een tijd van verkiezingen en formatie, het meeste parlementaire werk vindt plaats in de commissies van de Tweede Kamer. Daar wordt de regering gecontroleerd, daar worden wetten voorbereid en daar worden al dan niet coalities gesloten. De laatste jaren staat overigens de aandacht voor wetgeving in de Tweede Kamer flink onder druk, zo bleek uit een onderzoek van Investico. Zoals verder in dit artikel zal blijken is  die aandacht absoluut nodig in het kader van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waar de wetgeving aangepast gaat worden.

Na jaren intensief bezig te zijn geweest met ‘de burger in de knel’ voor Pointer moest ik mijn kennis over de AIVD weer flink bijtanken. Ook al was ik er deze zomer al mee begonnen – wat tot een lang interview leidde met het scheidend hoofd van de AIVD, Erik Akerboom –, en ook al werk ik op de achtergrond aan een nieuwe podcastserie met Constant Hijzen over de AIVD (keep posted!). Toch viel het inlezen niet mee.

Duizenden pagina’s

Om te beginnen sloeg mijn printer volledig op hol toen ik de stukken die voor woensdag op de agenda staan ging uitprinten. De duizenden pagina’s informatie zorgden dat mijn hoofd begon te duizelen, en ik dreigde al bijna bij te pakken neer te gaan zitten. Gelukkig zijn de jaarverslagen en jaarplannen van de AIVD en MIVD wel voor het grote publiek geschreven, maar de rest van stukken is zo specialistisch geworden dat ook hier ‘de’ politiek er voor moet waken dat de geïnteresseerde burger niet afhaakt.

Na het lezen van die jaarverslagen en jaarplannen ben ik wel weer een beetje op de hoogte, maar ik schrik ook wel, want als ik na het lezen echt goed naar de data kijk, zie ik plotseling dat de jaarverslagen over 2024 gaan en het jaarplan over 2025. Die laatste dateert van oktober vorig jaar. Waarom bespreekt de commissie dan nog niet het jaarplan van de AIVD over 2026? Is dat er nog niet?

Nou, oké, toch ook maar begonnen aan de rest van de stukken, ook de commissieleden zullen daar immers aan moeten. Dit is trouwens, en dat is goed om in het achterhoofd te houden, niet de befaamde Commissie Stiekem. Deels bespreken in die commissie een aantal fractievoorzitters wel dezelfde dingen, maar daar wordt ook geheime informatie van de AIVD en/of MIVD besproken. De Commissie van Binnenlandse Zaken waar het hier over gaat en die woensdag bij elkaar komt bespreekt meer algemene zaken en de wetgeving. Momenteel telt de commissie 34 leden, onder wie in ieder geval Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) en Queeny Rajkowski (VVD), die ook de afgelopen jaren mee hebben gesproken over IVD-aangelegenheden. Ik ben benieuwd naar de nieuwe gezichten.

Proefschrift Toezicht AIVD en MIVD

Ik ben niet zo ver gegaan om de duizenden documenten tijdens het slapen onder m’n kussen te leggen (zou dat überhaupt werken?), ik heb ook geen AI-model gevraagd een samenvatting voor me te maken, maar ik was wel blij dat ik eind deze zomer het proefschrift van mr dr Rowin Jansen van de Radboud Universiteit over ‘Toezicht op de AIVD en MIVD’ kreeg op het symposium dat hij organiseerde ter ere van zijn promotie. Over dat symposium is overigens een inzichtelijk verhaal geschreven door data/computerdeskundige Bert Hubert. Bert Hubert is voormalig toezichthouder bij de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) op de AIVD en MIVD en oud-medewerker van de AIVD.

Het proefschrift van Rowin Jansen is aanbevelingswaardig voor iedereen, dus zeker voor de leden van de commissie voor Binnenlandse Zaken. Het geeft een zeer gedegen inzicht hoe het toezicht op de AIVD en MIVD zich heeft ontwikkeld en wat de situatie tot aan de zomer was.

Discussie toekomst

Heel erg nuttige munitie dus voor de discussies die momenteel spelen binnen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de toezichthouders, de ambtenaren bij de ministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en hopelijk dus komende woensdag voor de commissieleden. Welke kant moet het op met de gewenste wendbaarheid van de AIVD en MIVD en hoe kan toezicht gegarandeerd blijven? Dat lijkt de belangrijkste vraag voor de komende periode.

Maar ja, na de eerste honderden pagina’s lezen van de agenda slinkt mijn stapel niet, integendeel er komt alleen meer bij. Want wat is gezegd in eerder commissievergaderingen? Natuurlijk wil ik dat ook weten. Hoe heeft de wetgeving rondom de AIVD en MIVD zich ontwikkeld? Wat zijn de plannen voor nog een nieuwe wet? En hoe zit het nu met al die tijdelijke regelingen, wetten en voorzieningen? Ik merk dat ik soms wegdroom en dat zelfs ik bijna terugverlang naar vroeger (!), toen de geheime diensten gewoon geheim waren en de basis van hun werk ook alleen in een geheim Konink Besluit was geregeld.

Regels, regels en nog eens regels

Maar nee, naar die tijd wil niemand terug, gelukkig niet. De vraag is alleen wel of de weg die nu is ingeslagen wel een goeie is. Ik moet eerlijk zeggen dat het leren begrijpen van hoe het grootste rangeerstation in Nederland, de Kijfhoek, werkt, toch stukken eenvoudiger blijkt te zijn dan het leren begrijpen van alle mitsen en maren en doorverwijzingen in de wetgeving en regels rondom de AIVD en MIVD. Ik snap wel dat daar intern gemor was over de administratieve last na de invoering van de wet in 2017 (Wiv 2016). De Algemene Rekenkamer heeft dat mooi verwoord in het onderzoek uit 2021 ‘Slagkracht AIVD en MIVD’. En hoe moeilijk het is dergelijke adviezen op te volgen blijkt weer bij de totstandkoming van de ‘Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen’.

Maar ja, wat voor nu opvalt, bedenk ik terwijl ik de laatste pagina van die duizenden documenten afsluit (of toch niet… want daar valt een rapport van het Rathenau Instituut op de deurmat: ´Signalen voor de toekomst’) is vooral hoe de discussie momenteel verloopt over de verhouding tussen het toezicht en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de beperkte rol die de politiek hierin speelt.

Wankele verhoudingen

Ook hier eerst even een flashback, niet helemaal terug naar Lubach op Zondag, die op 1 oktober 2017 de sleepwet discussie zo’n schwung gaf dat er een referendum volgde, maar wel terug naar de Evaluatie van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 door de Commissie Bos-Jones. Die had ik gelukkig al eerder gelezen, juist ook omdat dit speelde vlak voor het verschijnen van  de eerdere podcast Dossier AIVD, die Constant Hijzen en ik maakten. Het rapport van die commissie bracht een vliegwiel aan het draaien, dat nog steeds draait.

Die Commissie Evaluatie Wiv 2017 is uitgebreid in het toezicht gedoken, lees ik nu opnieuw terug. Samen met tal van andere conclusies werd dat rapport vervolgens het startpunt van een onderzoek naar nieuwe wetgeving, en dat loopt inmiddels al  weer een aantal jaren. Ik ga en kan dat hier ook echt niet allemaal samenvatten, maar geen zorgen, er volgt meer op deze site.

Tijdelijke Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets

Nadat de urgentie op het gebied van cyberdreiging toenam is de al eerder genoemde Tijdelijke Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets aangenomen. Wie net als ik de tijd heeft om er even wat dieper in te duiken raad ik aan om in het proefschrift van Rowin Jansen het hoofdstuk ‘Tijdelijke wet’ (blz. 326-334) te lezen. Wat een ‘snelle’ wet moest worden om actuele cyberdreigingen te tackelen werd een gedrocht. Wat dat betreft kan ik me helemaal vinden in Rowin Jansens kwalificatie dat ‘de wettekst zelf haast ondoorgrondelijk is. De toelichtingen zijn ellenlang’.

Maar even terug naar de hoofdlijn, voordat ik via een verkeerde afslag op een rangeerplek eindig – wat niet de bedoeling is. Deze Tijdelijk Wet is deels natuurlijk een oefening voor de definitieve nieuwe wet, die er dus in ieder geval voor 1 januari 2028 moet komen, want dan stopt deze tijdelijk wet.

Een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv)

En natuurlijk, zo zie ik in al die stukken en debatten, is er de afgelopen jaren hard gewerkt op de ministeries aan de hoofdlijnen van een nieuwe wet. En dat maakt de komende commissievergadering interessant, want nu staat ook de stand van zaken op de agenda. En enige tijdsdruk begint er wel te komen, want die wet moet er dus op 1 januari 2028 zijn. Persoonlijk zou ik er een beetje ongeduldig van worden, zeker nu er geformeerd wordt voor een nieuw kabinet.

Mochten de Tweede Kamerleden ook dat ongeduld voelen, dan is daarvan nog weinig terug te zien. Ik ga het woensdag meemaken, maar er ligt enig risico dat momenteel vooral de betrokken ambtenaren, diensten en toezichthouders de touwtjes stevig in handen hebben. En juist bij dit dossier, denk maar terug aan het referendum, zou de maatschappelijke en politieke betrokkenheid heel wenselijk zijn. We moeten ons allemaal weerbaar maken tegen vooral de dreiging van Rusland. En vertrouwen in inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het toezicht erop is van cruciaal belang. Uit tal van onderzoeken weten we bovendien dat de zorgvuldigheid van het parlementaire wetgevingsproces een belangrijk punt is van dat vertrouwen.

Toetsen

En als ik dan na een paar dagen de stapel documenten weer eens opschudt, duiken er twee ‘toetsen’ op die juist als katalysator kunnen dienen voor die maatschappelijke en politieke betrokkenheid en dus voor dat vertrouwen. De eerste toets betreft de keuze welke richting het toezichtstelsel op moet. De tweede betreft de beloofde evaluatie na een jaar van de Tijdelijk Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets.

Toezichtscenario’s

Eerst dan de toets naar de verschillende scenario’s voor het toezicht. Nadat de Commissie Evaluatie Wiv 2017 haar rapport uitbracht kwam het kabinet met een reactie en werden de meeste conclusies uit dat rapport overgenomen. Behalve de conclusies op het toezicht, daar kwamen ook alternatieven ter sprake. In de hoofdlijnennotitie worden maar liefst vier scenario’s voor een nieuw toezichtstelsel beschreven.

  • Om te beginnen het stelsel dat de Evaluatiecommissie voorstelde, wat een lichte aanscherping van het huidige stelsel inhoudt.
  • Als tweede het toezichtstelsel van de Tijdelijk Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets.
  • Als derde een geïntegreerd stelsel van toetsing en toezicht, waarbij er één toezichthouder komt voor controle vooraf en achteraf.
  • En ten slotte een scenario op basis van een nader advies dat uitgaat van de omvorming van de TIB naar een rechterlijke macht en waarin de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) schorsende werking kan gaan opleggen.

Opgemerkt werd dat de TIB en CTIVD voorkeur hebben voor scenario 3, maar het kabinet gaf duidelijk aan: ‘hoewel zij zich herkent in de voordelen van het voorkeursscenario acht het kabinet dit niet het aangewezen moment voor een keuze voor een specifiek stelsel.’ Meer onderzoek en debat zijn nog nodig.

De politiek

En debat was er al, dus dat heb ik maar eens teruggekeken. Best handig, want ik begon ook wel genoeg te krijgen van al dat papier. Het debat is inmiddels ruim een jaar gelden (23 oktober 2024) en een stukje van het debat met de bijdrage van Michiel van Nispen, voormalig Tweede Kamerlid voor de SP valt me op (na ongeveer 47 minuten). Van Nispen benoemde de rol van de Tweede Kamer in verhouding tot de toezichthouders bij het vormgeven van het nieuwe toezichtstelsel, want hij had ook opgemerkt dat hun voorkeur gaat naar scenario 2. Dus vroeg hij helder en duidelijk: ‘krijgen wij als Kamer ook van de minister te horen «dit vonden de toezichthouders en we zijn hen daarin gevolgd» of «dit vonden de toezichthouders maar wij hebben een andere afslag genomen»? Of horen wij helemaal niet via de minister wat de toezichthouders vonden? Horen we dat van henzelf of horen we dat helemaal niet? Ik ben benieuwd hoe dat er procesmatig uitziet.’ Destijds antwoordde de minister dat ‘het voorbarig zou zijn om nu al een definitieve keuze te maken voor het scenario van de geïntegreerde toezichthouder, want wij zitten immers nog midden in dat onderzoek’. En let op, dit was 23 oktober 2024!

Stand van zaken

Ja, dan denk ik, inmiddels ruim een jaar verder, hoe staat het dan nu? Waar is de uitkomst van dat onderzoek? Wie doet dat onderzoek eigenlijk? Ik duik opnieuw in mijn uitgeprinte papieren en bekijk nog eens de brief over de laatste stand van zaken, die ook komende woensdag wordt besproken. Eerlijk gezegd schrik ik er een beetje van. Die stand van zaken betreft de ontwikkeling van de wetgeving en de brief is van 17 juni 2025, toch al weer anderhalf jaar na de hoofdlijnennotitie. Hierin staat dat er sprake is van 3 scenario’s voor het toezichtstelsel, optie 4 is blijkbaar al afgevallen. ‘Met de TIB en CTIVD worden gesprekken gevoerd over de invulling van het stelsel, zodat hun zienswijze bij de uiteindelijke besluitvorming kan worden betrokken,’ aldus de minister. Ja, helder, maar we leven inmiddels weer maanden verder, en waar blijven de uitkomsten van dat onderzoek waar voormalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Judith Uitermark, het in oktober 2024 over had toen Van Nispen vroeg naar de wijze waarop er een keuze gemaakt gaat worden. Juist nu de commissie weer eens vier uur de tijd heeft voor belangrijke zaken, zou de uitkomst van zo’n onderzoek wel zeer gewenst zijn.

Want duidelijk is wel dat Tweede Kamerleden op deze manier hun politieke wens voor één van de scenario’s lastig kunnen maken, laat staan dat een maatschappelijk debat op gang komt, terwijl het er sterk op lijkt dat de TIB en CTIVD vooruitlopend op hun keuze voor een geïntegreerd toezicht straks bepalend zullen zijn voor hun eigen rol. Zo lees ik in het jaarverslag CTIVD 2024 dat ‘de CTIVD samen met de TIB haar inbreng voor het scenario van een geïntegreerde nieuwe toezichthouder in 2024 op hoofdlijnen heeft uitgewerkt en begin 2025 heeft ingebracht’.

Fijn natuurlijk, dat er op hoofdlijnen een uitwerking is, maar als de CTIVD ook in het jaarverslag meldt dat ‘het komende jaar (en dat was 2025!) ook de tijd is waarin de commissie de basis gaat leggen voor – als het aan de CTIVD en de TIB ligt – een geïntegreerde toezichthouder en waarin we een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de herziening van de Wiv 2017… dan rest toch wel de vraag waarom de Tweede Kamer nog niet op de hoogte is van deze hoofdlijnen. Wordt het niet eens tijd zo eind 2025 de Tweede Kamer hierover in te lichten?

Invoeringstoets

Iets vergelijkbaars is er aan de hand met de invoeringstoets van de Tijdelijk Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets. Invoeringstoets, hoor ik u al denken, ja dus. Die toetsen zijn ontstaan na de parlementaire enquête ‘Ongekend onrecht’ over de toeslagenaffaire. Duidelijk was dat er na invoering van nieuwe wetgeving sneller gekeken moest worden naar de manier waarop nieuwe regels in de praktijk werken. Echt wel nodig dus. Zo heb ik zelf een paar jaar gelden in de begeleidingscommissie gezeten bij de invoeringstoets van de Woo. Dat onderzoek werd uitgevoerd door SEO en verder begeleid door ambtenaren en wetenschappers. Interessant is dus ook wie de invoeringstoets doet naar de Tijdelijke Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets en door wie het onderzoek wordt begeleid.

Nou ja, hoe dan ook, die invoeringstoets is er nog niet, terwijl de wet al in juli 2024 in werking is getreden. En, natuurlijk, ik lees welke oorzaken daarvoor aangewezen worden. Zo kampte de CTIVD net als de rest van Nederland met huisvestingsproblemen. In de nieuwe Tijdelijke Wet zijn toezichtstaken verschoven van de TIB naar de CTIVD. De CTIVD moest dan ook technische voorzieningen en extra controleurs krijgen om die uit te kunnen voeren. Het bestaande kantoor was te krap en er konden geen extra beveiligde verbindingen worden aangelegd. Een definitieve verhuizing naar het ministerie op de Turfmarkt kan pas in juli 2026, dus werd er een tijdelijke locatie gezocht. Op 30 mei 2025 meldde het kabinet eindelijk aan de Eerste Kamer dat die verhuizing (per 31 maart) rond was. En daarmee kon de CTIVD eindelijk starten aan de controle op alle toepassing van de Tijdelijke Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets.

Dus een flinke vertraging, en pas op 31 maart volledig operatief, invoeringstoets uitgesteld. Klinkt logisch, maar is het dat ook?

Want zo lees ik in het jaarverslag, de CTIVD had zich wel goed voorbereid op de nieuwe Tijdelijke wet. Sinds oktober 2023 doet de CTIVD al een verkennend onderzoek naar de hackbevoegdheid van de diensten. En zo lees ik: ‘zodra de uitvoering aan het toezicht wel het geval is, heeft de CTIVD door dit onderzoek een goed normbeeld gekregen zodat er effectief toezicht kan worden gehouden. Dit onderzoek loopt door in 2025.’

En wat blijkt nog meer uit datzelfde jaarverslag: het was al wel sinds juli 2024 mogelijk om in het kader van die nieuwe tijdelijke wet toezicht te houden op kabelinterceptie en op de vaststelling van een nieuwe eindtermijn voor het gebruik van bulkdatasets. Met hierbij dus sinds maart dit jaar de mogelijkheid om het goed voorbereide toezicht op hackoperaties ook uit te voeren, zou je verwachten dat er wat urgentie zit achter de beloofde invoeringstoets.

Een invoeringstoets die niet alleen maatschappelijk van groot belang is, maar ook om verder te kunnen met de vormgeving van een nieuwe Wiv. Begin 2024 schreef de minister hierover dat ‘de resultaten kunnen worden betrokken bij de uitvoering van de Tijdelijke wet, maar nadrukkelijk ook bij de voorbereiding van de herziening van de Wiv 2017’.

Gezien die voorbereidingen en de stand van zaken hiervan, die ook op 17 december worden besproken, kan die invoeringstoets wel wat druk gebruiken, met resultaten over bulkdatasets en kabelinterceptie sinds juli 2024 en hacken sinds maart dit jaar. Ik zou denken dat dat van groot belang is voor de meningsvorming in de Tweede Kamer. Wat zijn de knelpunten bij de diensten, de toezichthouders en andere betrokkenen bij deze wet? En wat komt er uit de afweging ‘hoe het voorgestelde stelsel van toetsing en toezicht als geheel zich verhoudt tot de beoogde operationele snelheid en wendbaarheid’. Ruime ervaring inmiddels, na een wat gemankeerde start, die antwoorden kunnen geven op prangende vragen.

De toekomst

Vragen die er ook zullen zijn over bijzondere opmerkingen van de minister in de stand van zakenbrief. Daar zie ik een omwenteling in het denken over die nieuwe wet, die deze zomer ook al door Erik Akerboom, directeur-generaal bij de AIVD werd verwoord. De minister stelt: ‘in de nieuwe Wiv zal niet langer het (inlichtingen)middel dat de diensten inzetten, bepalend zijn voor de voorwaarden waaronder de bevoegdheid kan worden uitgeoefend’. Maar, zo beredeneert de minister, in veel gevallen hangt de mate van de ’inbreuk op grondrechten niet af van het middel, maar van de specifieke context waarin de gegevens worden verworven en opgeslagen, de aard van de gegevens, het gebruik en de verwerking van de gegevens, en de resultaten die verkregen kunnen worden’.

Opmerkelijk omdat zeker bij de bijzondere bevoegdheden, zoals afluisteren, observeren, hacken, ect. de huidige wet systematisch zo is opgebouwd dat aan de inzet van die bevoegdheden bepaalde voorwaarden gekoppeld zijn. Het huidige systeem waarborgt dat bij ergste gevallen de stevigste middelen ingezet mogen worden. Neem nu bijvoorbeeld de onderzoeken naar ‘soevereinen’. Tegen de ‘soevereinen’ die zich gewapend organiseren en mogelijk plannen maken voor aanslagen, mogen de diensten dan stevige middelen inzetten. Tegen de soevereinen die het houden bij enkel demonstreren mag de AIVD veel openbaar toegankelijk materiaal gebruiken. Allemaal vrij logisch.

 Vrij vertaald, en dat is echt wel een verandering van een visie op de bescherming van grondrechten, wordt hier de kern van die bescherming verlaten, en wenst de minister dat ‘specifieke context’, ‘aard van de gegevens’, ‘gebruik en verwerving van die gegevens’ en zelfs ‘de resultaten die verkregen kunnen worden’. Ik zie verder geen voorbeelden die deze toch wat vage omschrijving verder verduidelijken, behalve dat de minister verwijst naar de Tijdelijke Wet Cyberoperaties en Bulkdatasets. Het loslaten van de instrumentele benadering uit de huidige wet bouwt voort op de koers die reeds hiermee is ingezet, aldus de minister.

Hoe dit er in praktijk uit gaat zien, en wat de waarborgen worden, is nog niet helder. Belangrijk voor de diensten is de praktijk, om de wendbaarheid en slagkracht te verbeteren. De directeur-generaal van de AIVD, Erik Akerboom legde deze zomer nog uit dat de AIVD in het kader van de vele dreigingen soms binnen enkele uren of zelfs minuten beslissingen moet nemen, en dat vereist in zijn ogen dat de regels van de rechtsstaat dynamischer moet worden toegepast. “Daar zijn ook oplossingen voor bedacht, in de  tijdelijke wet, die uitgaat van real time toezicht, dus toezichthouders die in real time meekijken en kunnen zeggen ‘dit gaat niet goed’. En dat is een beter alternatief dan elkaar de hele tijd stukken toeschuiven. Dus we zoeken het ook in dit soort nieuwe concepten, met onze toezichthouders’, aldus Erik Akerboom.

”Niet alles blijft geheim”

Een interview met Kees JanDellebeke

Niet alles blijft geheim. Onder deze spannende titel legde voormalig AIVD-medewerker Kees-Jan Dellebeke zijn memoires vast. Al eerder vertelde Dellebeke in de podcastserie ‘Dossier AIVD’ over zijn werk voor de BVD/AIVD. Dellebeke, die in 2012 met pensioen ging, was zo’n beetje zijn hele werkende leven, van 1973 tot 2012, actief voor de Nederlandse inlichtingendienst. Met zijn boek treedt hij in de voetsporen van Frits Hoekstra, die 2004 In dienst van de BVD schreef.

Ik sprak af met Kees-Jan Dellebeke om een aantal kwesties uit zijn boek te bespreken. De startvraag was natuurlijk waarom hij dit boek wilde schrijven.
‘In eerste aanleg omdat ik vind dat er te weinig bekend is over het echte werk van de BVD en de AIVD. Dat zie je terug in allerlei opmerkingen in publicaties, zowel op X als in de goed doorwrochte stukken. Ik zie de ene fout na de andere, soms heel simpel over de feiten, maar ook vaak over de organisatie zelf. Vaak denken mensen dat een AIVD-agent [door de buitenwereld ‘infiltrant’ genoemd, WvdS] in dienst is bij de AIVD. Dan moet ik altijd uitleggen: een politieagent werkt bij de politie, die is daar in dienst. Een AIVD-agent werkt niet bij de AIVD. Die wordt geworven uit de samenleving. Dat is maar één klein voorbeeldje.’

Dus je wilt met dit boek een kijkje in de keuken geven van de inlichtingendienst. Hoe opereert de AIVD, wat gebeurt er achter die gesloten deur?

‘Precies. Daar zijn veel misverstanden over, bijvoorbeeld over zoiets als ‘opsporing’. Daar doet de AIVD niet aan, dat is een taak van de politie. De AIVD werkt in een voorfase daarvan. De dienst doet, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoek naar de dreiging die organisaties of personen kunnen vormen voor de democratische rechtsorde en de nationale veiligheid. Ander voorbeeld van een misverstand: er wordt gezegd dat de AIVD hele woonwijken afluistert. Technisch zou dat misschien mogelijk zijn, maar wat moet je met al die gesprekken? Je kunt die niet uitwerken of er conclusies aan verbinden. Dat levert enorm tijdsverlies op. Je kunt natuurlijk niet verwachten dat de doorsneeburger alle wetten uit zijn hoofd kent. Maar wie ze goed leest, weet veel meer over hoe de dienst opereert. Alleen, niemand heeft daar tijd of zin in. In het boek laat ik zien hoe er in de praktijk gewerkt wordt.’

In de loop der jaren is er toch wel meer bekend geworden over de werkwijze van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten?

‘Inderdaad, de dienst was vroeger veel geheimer dan tegenwoordig. Nu is er meer besef dat de AIVD ook bekend moet zijn, niet alleen bij de politiek of in Brussel, maar ook bij het publiek. Acceptatie is belangrijk. Kijk naar de sleepnet-affaire, de nieuwe Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten van 2017. Daar is zelfs een referendum aan voorafgegaan. De onbekendheid met de AIVD heeft mede de uitslag bepaalt. Dat is volgens mij ook een reden dat de AIVD iets meer openheid geeft. Zo verschijnen er meer boeken, ook van insiders. Ik herinner me nog wel dat het oud-hoofd Pieter de Haan in de jaren zeventig voor het eerst bij Sonja Barend op tv kwam. Belachelijk dat dat zo lang moest duren. Maar goed, dat was een andere tijd.’

Je bent voorzichtig geweest in wat je beschrijft en hoe je de zaken op hebt geschreven. Zo onthul je geen staatsgeheimen. Was dat een bewuste keus?

‘Ja. Ik heb echt met de rem erop geschreven. Ik wil geen gedonder of een strafbaar feit plegen. Daarom heb ik de namen van de landen waar ik ben geweest vervangen door fantasienamen en ook de operatienamen heb ik verzonnen. De gebeurtenissen zelf kloppen wel, soms is daar eerder over gepubliceerd en ze zijn aangevuld met mijn eigen herinnering.’

Een boek over je werkzaamheden bij de BVD/AIVD. Weinigen zijn je voor gegaan Heb je er eigenlijk toestemming voor gekregen van de AIVD?

‘Ik denk dat als ik vooraf toestemming had gevraagd, ze waarschijnlijk nee hadden gezegd, tenzij ze de eindredactie hadden gekregen. Maar daarmee loop je het gevaar dat er geschrapt wordt in de tekst. Dan is het niet meer mijn boek, dan gaat het op propaganda lijken. Daarom heb ik bewust niet om toestemming gevraagd. Bovendien ken ik verhalen van anderen die schrijven over de AIVD; dat er vaak geschrapt moet worden. Zo moest de naam van Dick Engelen ooit worden geschrapt, terwijl algemeen bekend was dat hij als historicus werkzaam was voor de BVD.’ [Engelen schreef onder andere de boeken Geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (1995) en Frontdienst (2007), WvdS.]

Heb je na publicatie van je boek een reactie gekregen van de AIVD?

‘Nee, dit zwijgen ze dood. Ze weten dat ik buiten iedereen om het boek heb geschreven en uitgegeven. Op een bijeenkomst van oud-medewerkers merkte ik wel dat sommigen het niks vonden dat ik zo open ben geweest. Van anderen kreeg ik weer wel complimenten. Het motto was altijd: je vertelt nergens wat over. Er is veel angst bij medewerkers van de AIVD om te veel te vertellen. Maar ik probeer juist aan te tonen dat je heel veel kunt vertellen zonder staatsgeheimen te onthullen. Iets vergelijkbaars gebeurde bij het theaterstuk Mijn geheime vader van Theatergroep Goed Gezelschap (Klemens en Klavertje Patijn). Ook daar was de AIVD krampachtig tegenstander van.’

Je hebt bijna je hele werkende leven doorgebracht bij de BVD/AIVD, maar wel bij verschillende afdelingen. Wat vond je de interessantste periode?

‘De meest uitdagende periode vond ik eigenlijk de tijd bij de Molukse Desk [een afdeling, eenheid van de BVD, WvdS], waar ik in 1975 aan de slag ging. Daar had je de vrijheid om je te verdiepen in de materie, met anderen na te denken over gevolgen van wat er gebeurde. Nadenken over kwesties als: Wat is de sfeer in zo’n gemeenschap? Hoe bevestig ik bepaalde signalen? Hoe vind ik meerdere bronnen? Moeten we wel of geen technische acties doen? Wie kan je wel of niet benaderen? Hoe kom je een Molukse woonwijk binnen? Sowieso was het interessant om me in hun geschiedenis en verblijf in Nederland te verdiepen.’

Was de BVD goed op de hoogte van wat er speelde binnen de Molukse gemeenschap?

‘Nou, ik heb toen ik bij de Molukse Desk aan de slag ging, na de treinkaping in Wijster (1975), in de archieven gezocht, en zag dat er weinig echte aandacht was voor de achtergronden van de Molukse problematiek. Achteraf gezien vreemd omdat in januari van dat jaar de affaire van Soestdijk had gespeeld en daarop was niet goed geanticipeerd. Direct na de eerste treinkaping werd de Desk flink uitgebreid, toen kwam ik er dus ook bij. Ik moest de hele archiefpuinhoop doorspitten. Er was veel informatie, maar slecht geordend en niet geanalyseerd. Er was niet nagedacht over de onrust in Molukse gemeenschappen en welke kant dat uit kon gaan. Daar dook ik ook in. Lezen, heel veel lezen en begrijpen hoe gefragmenteerd die gemeenschap was.’

Is dit, wat je hier benoemt, ook niet het meest ingewikkelde probleem van inlichtingendiensten? Dat ze vaak veel informatie hebben, maar dat het opgeborgen ligt en niet aan elkaar geknoopt wordt? Iets vergelijkbaars kwam ook naar voren in de VS, na 9/11.

‘Ja, dat denk ik wel. Daarom moet je niet alleen proberen de berichten aan elkaar te knopen, maar ook de context bekijken: wie zegt het, waarom zegt iemand dat? Kan het bedoeld zijn om anderen zwart te maken? Je moet veel dieper gaan. Daarom moet je niet kort maar langere tijd op een onderwerp zitten. Anders weet je er te weinig van. Dat bleek dus ook bij de Molukse acties. Je moet weten in hoeverre de gemeenschap gefragmenteerd is, hoe families in elkaar steken, wat de cultuur is en hoe de gemeenschap in diepere lagen verdeeld is.’

Je zou dus denken: na de eerste treinkaping moet alle aandacht daarnaartoe.

‘Ja, en dat gebeurde dus ook. De Desk werd uitgebreid, we kregen meer mogelijkheden voor observatie en zaken consequent volgen. Maar je kon die Molukse wijken niet zomaar in. Je wist nooit wat er precies speelde. Je moest inventief nadenken, ook omdat het mensen met een andere cultuur waren. Dat vond ik het interessants. Ik was getrouwd met een vrouw die een Molukse tante had. Met haar ben ik vier weken naar Indonesië geweest, waarvan tien dagen op de Molukken, op Ambon. Dat maakte het levendiger voor mij. Ik wilde er meer van weten. Ik zag ook in dat die mensen waren besodemieterd. Maar probeer ze maar zover te krijgen dat ze voor jou gaan praten. Je moet alles zorgvuldig uitzoeken voordat je iemand benadert. Want een mislukte benadering gaat rondzingen in de wijk, en dan ben je verder van huis.’

In het onderzoek naar de Molukkers zijn jullie ook op een bijzondere gebeurtenis gestuit: een zaak waarbij een groep Molukkers op trainingskamp wilde gaan naar Vietnam. Uit jullie onderzoek bleek er oplichting achter te zitten, door voormalig kapitein Raymond Westerling. Hij had onder andere dominee Samuel Metiary geld afgetroggeld voor niet bestaande steun vanuit Vietnam. Hoe kwam dit naar boven?

‘De kern lag bij dominee Metiary, hij was een soort tegenhanger van ingenieur Manusama, die destijds president was van de Republik Maluku Selatan (RMS). Die twee probeerden allebei de macht te krijgen. Metiary woonde midden in de Molukse wijk in Assen. We waren bang dat hij, net als imams op vrijdag, in de kerk jongeren kon oproepen tot actie. Daarom volgden we hem. We hadden een tap in het gemeenschapshuis en technische controle op andere plekken, zoals in zijn hoofdkantoor. Door een combinatie van deze technische middelen ontdekten we de ideeën voor een trainingsmissie in het destijds communistische Noord-Vietnam. Informanten werven in die kringen was schier onmogelijk, dus de echte vorderingen van het plan konden we lastig inschatten.’

Jullie ontdekten dus wel dat de Molukse activisten werden opgelicht en dat er helemaal geen sprake was van steun vanuit Vietnam. Hoe kan de BVD vervolgens dan handelen?

‘Kijk, we wisten ook wel dat Metiary militante jongeren om zich heen verzamelde voor trainingsdoelen. Maar zoals gezegd, infiltreren of informanten werven bleek bijna onmogelijk in deze kring en ouderen wisten vaak niks omdat de jongeren het niet met hen deelden. Om onrust over deze zwendel te voorkomen hebben we een list verzonnen. We stuurden een aantal hooggeplaatste agenten, en betrouwbare informanten die we wel hadden, op pad om het verhaal te verspreiden onder Molukkers. En ja, binnen een paar weken wist iedereen ervan.
Daarnaast hebben we betrouwbare bronnen contact laten leggen met de pers. Daar ging het ook rollen, en binnen de kortste keren was het landelijk nieuws.’

En toen hadden de betrokkenen zelf ook door dat ze opgelicht waren?

‘Ja. We dachten: nu kunnen ze niet verder. Maar er waren jongeren zo gefrustreerd dat die actie niet doorging, dat ze tóch in beweging kwamen. Ze voelden dat ze niet meer terug konden. We dachten dat de angel eruit was, maar toen kwamen de volgende acties, de treinkaping bij De Punt en de gijzeling van de lagere school in Bovensmilde.
Achteraf kun je je afvragen: als we de pers er niet bij hadden betrokken, was het dan misschien anders gelopen? Maar dat weet je nooit. De frustratie bij de Molukkers zat diep. Ze voelden zich nooit erkend door Nederland, terwijl er wél gesproken werd over onafhankelijkheid voor Suriname. Dat heeft hen boos gemaakt. Daar waren ze echt boos om. Ik kan me nog herinneren dat ze zeiden: “Wel Suriname, maar niet wij.” Dat herinner ik me goed.’

In 1981 switchte je naar een ander aandachtsgebied, Oost-Europa. Het is iets wat me opviel in je boek: dat je carrière heel breed was. Je bleef niet bij één onderwerp hangen.

‘Dat klopt. Sommige collega’s zaten vijftig jaar op bijvoorbeeld radicaal-links, maar ik maakte verschillende overstappen. Ik wilde niet vastroesten. Soms ging dat via via. Zo kwam ik na de Molukkers bij contraspionage. Daarna weer door naar andere dossiers, want ook de wereld veranderde.’

Ja, want heel bijzonder destijds, de grote vijand ‘het communisme’ viel weg.

‘Ja, klopt. Ineens viel de dreiging uit het Oostblok weg. Wat doe je dan met de communistische partij in Nederland? Of met mantelorganisaties? Alles werd afgebouwd. Bovendien zaten we in die tijd met hoofden van de Dienst die een verouderde blik op de wereld en het personeel hadden. Voor mij was het een verademing dat Docters van Leeuwen het roer overnam. Hij zorgde ervoor dat we beter gingen afwegen welke gegevens we moesten verzamelen en hoe we er beter over konden rapporteren.
En gelukkig waren er andere dossiers: in die periode had je wel de RAF, IRA, ETA. Er was altijd werk. En Joegoslavië. Dan bekeken we welke gevolgen dat had op de Joegoslavische gemeenschap in Nederland. Krijg je daarbinnen opstanden, hoe gaat het tussen de etnische groepen onderling? Daar ging het om.’

We slaan even een paar stappen over, overigens voor iedereen na te lezen in het boek. Zo eind jaren negentig werd bij de BVD het project Inlichtingen Buitenland opgezet, ter voorbereiding van een echte eigen inlichtingentaak in het buitenland. Een taak die volledig bij de AIVD ondergebracht ging worden, terwijl in de meeste landen deze taken in twee aparte diensten zijn ondergebracht. Hoe keek men daar binnen de BVD tegenaan?

‘Er was veel discussie over, zowel extern als intern. Intern was er ook heel veel weerstand. Op een gegeven moment werd bekend dat je in het buitenland ook technische acties mocht gaan draaien. “Nou, dat bestaat niet,” zeiden mensen die heel lang in dienst waren bij de BVD. “Dat lukt nooit, dat is linke soep, dan ga je nat, dat kunnen we niet.” En dat was lastig, in hart en nieren was de BVD een veiligheidsdienst. Je onderzoekt de dreigingen: je ziet constant dingen op je af komen die je moet pareren. En nu, met die inlichtingentaak erbij, moest je naar buiten: geen dreigingen onderkennen, maar kansen onderzoeken. En dat was een discussie. Achteraf denk ik dat het eigenlijk de angst was dat we het zelf niet zouden kunnen.

Het begin was ingewikkeld, niemand had enig idee hoe te starten en wat te doen. We hadden een kleine club van zes mensen en iemand ging elke twee, drie dagen naar Buitenlandse Zaken om te achterhalen wat ze van de AIVD verwachtten. Ik kwam bij dat team binnen als relatiebeheerder. Ik vroeg: “Ja, maar welke relaties?” “Nou, die moet je ontwikkelen.” “Ja, welke?” “Nou, wat doen we dan precies?” “Ja, voorlopig doen we de hele wereld.” Ik hoor het nog zeggen, ja. In totaal heeft het wel twee tot drie jaar geduurd voordat we een beetje richting kregen. Uiteindelijk verdeelden we de wereld in drie, vier of vijf teams.’

Is in het buitenland opereren dan ook echt veel lastiger?

‘Ja, kijk, je hebt weinig back-up ter plekke. Als het mis gaat kun je niet zomaar even een politiebureau binnenlopen en om hulp vragen. En zelfs de eigen ambassade is vanwege de veiligheid niet op de hoogte van het verblijf van AIVD’ers under cover in dat land. Als het dan misgaat kunnen zij altijd geloofwaardig ontkennen, dat Buitenlandse Zaken ervan wist.
Ook het checken van de betrouwbaarheid van de agenten en contacten is natuurlijk veel lastiger in het buitenland. Zo beschrijf ik in het boek de operatie Columbus, waarbij het er, aan het eind van de operatie, sterk op leek dat de betrokken agent ook voor een andere veiligheidsdienst werkte. In het buitenland heb je gewoon niet de mogelijkheid iemand langer te observeren, vaker af te spreken, tja, en zou er zoiets kunnen misgaan.’

Was dit ook je laatste functie binnen de AIVD?

‘Nee, ik ben de laatste twee, drie jaar – vanaf januari 2010 – overgestapt naar project Operational Identity Management (IOM). Een interessante klus, die inhoudt dat je bekijkt: hoe kan je zonder alias dus onder eigen naam naar het buitenland gaan en hoe houd je jezelf zo veilig mogelijk? Hoe moeten we reizen zonder dat we opvallen? En waar liggen de risico’s?
Dus: breng in kaart wat de grenscontroles zijn. Breng in kaart wat ze in hotels allemaal over je opschrijven. Natuurlijk, die hotelbriefjes hier, van vroeger, dat wist iedereen nog wel. Dat gebeurt in het buitenland ook. Maar wat wordt er nu nog meer van je opgeschreven? Hoe sta je bekend?
En de ontwikkelingen gingen toen al snel. Op een gegeven moment kreeg je PISCIS, dat is een Amerikaans systeem. Daar krijg je ook een irisscan bij de controle, bij de grensovergangen. Bij sommige landen, niet bij allemaal. Voor ons was de vraag dus: bij welke landen wel en welke niet? Met andere woorden: als ik nu onder de naam Jansen naar Thailand ga, kan ik dan met mijn familie volgend jaar ook nog op vakantie naar Thailand? Wat betekent dat? Kan ik dan nooit meer naar Thailand toe? Dat soort dingetjes.

Niet alles blijft geheim – Kees Jan Dellebeke
Uitgeverij Boom
April 2025 | ISBN 9789024470372 | 1e druk | 288 blz.

Inlichtingenwijzer

Met nog ongeveer een maand te gaan wordt het interessant te bekijken wat de plannen van de verschillen partijen zijn op het terrein van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Wat schrijven de partijen hierover in hun verkiezingsprogramma’s? Volgens de peilingen van 29 september maken zo’n 13 partijen momenteel kans om zetels te winnen voor de Tweede Kamer.

Geen plannen

De grootste in die peilingen blijft de PVV. Het is een van de weinige partijen die geen woord besteedt aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Wel een voornemen dat linkt aan het werk van deze diensten en dat past in de actualiteit. De PVV wil Extinction Rebellion, Antifa en pro-Hamasgroepen als terreurorganisaties aanmerken en verbieden. Maar hier blijft het bij in het programma ‘Dit is uw land’. Wel merkte Geert Wilders in het debat over de extreemrechtse rellen op 25 september op dat wat hem betreft de adviezen van NCTV en AIVD genegeerd moeten worden. “Wat de heer Akerboom of de NCTV ook zegt, ik blijf de waarheid spreken”, aldus Geert Wilders. Beide diensten waarschuwen juist voor het feit dat politici de voedingsbodem vormen voor extreemrechts geweld.

Zo gericht mogelijk

GroenLinks-PvdA, eind september de tweede partij in de peilingen, besteedt meer aandacht aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het verkiezingsprogramma ‘Een nieuwe start voor Nederland’.

Echt verrassend zijn de plannen voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten niet. Opvallend is de term ‘gericht’, die een aantal keren genoemd wordt; waarschijnlijk een erfenis uit de periode van het Wiv-referendum. De discussie over de Wiv 2017 focuste zich vooral op de nieuwe bevoegdheid tot grootschalige interceptie van de kabel. Deze zou ongericht ingezet kunnen worden en na het referendum de voorwaarde ‘zo gericht mogelijk’ toegevoegd krijgen.

En de term keert dus regelmatig terug, want zo schrijft GroenLinks-PvdA, “bij het beschermen van de nationale veiligheid hebben inlichtingen- en veiligheidsdiensten informatie nodig. Het verzamelen van inlichtingen gebeurt zo gericht mogelijk”. Voer voor discussie bij de op handen zijnde wijziging van de Wiv 2017, die gepland staat voor 2028.

Ook bij de bestrijding van terrorisme zijn de naweeën van het referendum terug te vinden, want zo stelt GroenLinks-PvdA, terrorismebestrijding dient zo gericht mogelijk plaats te vinden. “De nadruk ligt op het verzamelen van inlichtingen uit menselijke bronnen en gerichte digitale surveillance in plaats van op massasurveillance. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten zetten hun bevoegdheden gericht in en werken samen met andere toezichthouders in betrouwbare Europese landen”.

Een taakuitbreiding voor de diensten ziet GroenLinks-PvdA in de bestrijding van desinformatie en maatschappelijke ondermijning. De veiligheidsdiensten moeten beter toegerust zijn om desinformatie en ondermijning te herkennen en te bestrijden. Er zou een nationaal expertisecentrum moeten komen tegen desinformatie en beïnvloeding, dat media, scholen, overheid en burgers ondersteunt.

Tenslotte is GroenLinks-PvdA van mening dat er een Nationale veiligheidswet moet komen. Deze is nodig omdat er nu veel diensten zijn die zich bezighouden met nationale veiligheid. De onderlinge samenhang van de werking van die diensten zou wat GroenLinks-PvdA betreft vastgelegd moeten worden in zo’n Nationale veiligheidswet. De taken en bevoegdheden van de AIVD, de MIVD, de NCTV en de NCSC zouden hierin dus moeten worden vastgelegd. Ook zou de Nationale Veiligheidsraad moeten worden versterkt.

Weerbaarder

Het CDA ziet in het programma ‘Bouwen op vertrouwen’ een grotere rol voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om Nederland weerbaarder te maken.

Er moet wat het CDA betreft hard worden opgetreden tegen een groot aantal statelijke actoren, terroristische groeperingen en criminele netwerken die onze nationale veiligheid en democratische rechtsorde bedreigen. Nederland moet zich weerbaar maken en daarin spelen onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten een grote rol, aldus het CDA.

Daarbij vindt het CDA dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten goed geëquipeerd dienen te zijn om op te kunnen treden tegen de hybride dreiging van ontwrichtende acties van landen als Rusland, China en Iran. Op welke wijze de diensten ‘geëquipeerd’ dienen te zijn, en waar het nu bijvoorbeeld aan ontbreekt schetst het CDA vervolgens niet.

Wel is helder dat de internationale veiligheid door het CDA als kerntaak van de overheid wordt gezien. De veranderende houding van de VS leidt tot toenemende onzekerheid en dat maakt dat het CDA staat voor een duidelijke nationale veiligheidsstrategie om richting te geven aan buitenlands beleid, militaire strategie, ontwikkelingssamenwerking en internationale betrekkingen.

Tenslotte pleit het CDA, net als GroenLinks-PvdA, voor het versterken van de democratische processen en zegt de partij in te zetten op een grotere bewustwording in, en weerbaarheid van de samenleving. De cyberveiligheid zou in dit kader verbeterd dienen te worden.

Europese samenwerking

‘Sterker uit de storm’ is de titel van het VVD-verkiezingsprogramma en wie een blik werpt op de rol die de VVD de inlichtingengemeenschap hierbij geeft, ziet dat die rol groot is. Meer investeren in de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, spionage harder bestraffen, verstevigen van de rol van de NCTV, Nederland weerbaarder maken en meer internationale samenwerking op dit terrein, dat zijn de kernpunten van de VVD-plannen.

Iets duidelijker dan bij het CDA zijn de contouren waarin geïnvesteerd moet worden. Een forse investering zal het VVD-voorstel zijn om het personeelsbestand van de diensten fors uit te breiden. Daarnaast is het vooral investeren in nieuwe wetgeving, die in grote lijnen het traject volgt dat al is ingezet. De wet moet toekomstbestendig gemaakt worden, er komt minder toezicht voor operaties op buitenlandse dreigingen en er zou een wettelijke grondslag moeten komen waarmee inlichtingendiensten structureel informatie kunnen delen met private bedrijven.

Naast deze ‘forse uitbreiding en versterking’ vindt de VVD ook dat ‘tactische’ inlichtingen vaker publiek gemaakt moeten worden. “Juist bij pogingen tot beïnvloeding van politici of verkiezingen moet maximale openheid het uitgangspunt zijn, zolang dit kan zonder de inlichtingenpositie te schaden”.

Om spionage te voorkomen stelt de VVD dat ‘kritieke sectoren zoals havens, luchthavens, telecombedrijven en bewakingssystemen geen technologie uit risicolanden mogen gebruiken’. In dit kader stelt de VVD ook voor om bedrijven en personen met banden met vijandige regimes uit te sluiten van strategische sectoren, en juist het beperken van diplomatieke toegang. Er zou meer capaciteit in de opsporing van spionage moeten komen en vervolgens zou die harder moeten worden bestraft. Ten slotte moet spionage vanuit ambassades niet worden getolereerd: bij aantoonbare ondermijning gaan we vaker over tot uitwijzing, aldus de VVD.

Ook is de VVD voorstander van een sterke Europese samenwerking op het gebied van cyberveiligheid en inlichtingen. Deze zou vorm moeten krijgen in een Europese Five Eyes waarin, binnen een select Europees gezelschap, wordt samengewerkt op inlichtingengebied.

Op een andere manier dan GroenLinks-PvdA maar met schijnbaar eenzelfde doel, wil de VVD de rol en capaciteiten van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) versterken als coördinator in de samenwerking tussen de verschillende ministeries en inlichtingendiensten die bezig zijn met het vergroten van onze weerbaarheid. GroenLinks-PvdA noemt hier een Nationale Veiligheidswet als basis.

Die coördinatie lijkt zich in de VVD-plannen uit te breiden naar (vitale) bedrijven die te maken hebben met grootschalige ‘dagelijkse’ cyberaanvallen. De overheid moet zich hier actief op voorbereiden. Inlichtingendiensten zouden dreigingsinformatie wettelijk sneller en op structurele basis met deze bedrijven mogen delen.

Ten slotte, en dat is een echt VVD-punt, Nederland moet alles op alles zetten om onze economische kroonjuwelen te beschermen: behouden voor Nederland, koesteren en beschermen, exportbescherming, screenen van studenten en onderzoekers uit hoog-risicolanden en het tegengaan van ongewenste overnames die onze nationale veiligheid schaden.

Desinformatie

‘Het kan wel’. Onder deze titel ontvouwt D66 haar plannen voor Nederland. Daarbij is weinig specifieke aandacht voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Best opmerkelijk in deze instabiele tijd.

In de paragraaf over beveiliging tegen hybride oorlogsvoering zou je een dergelijke verwijzing wel verwachten. Nu staat er slechts dat dit niet alleen een taak is van de krijgsmacht, ‘minstens zo belangrijk zijn investeringen

in de fysieke en digitale infrastructuur, in strategische reserves, in een weerbare samenleving en in het tegengaan van desinformatie. We helpen mensen om te gaan met dreiging en ondersteunen cruciale organisaties bij de maatregelen die zij moeten nemen’. Dan gaan we er maar van uit dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten hiertoe behoren.

Ook wil D66 dat Nederland in 2030 Europees koploper is op het gebied van AI, drones, ruimtevaart en cybersecurity voor defensie. Maar ook hier geen verwijzing naar een rol van de MIVD.

Binnenharken

De SP gaat de verkiezingsstrijd aan onder het thema ‘Super Sociaal’. Daarin is  weinig aandacht voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de aandacht die er is lijkt vooral een uitloop te zijn van de campagnes over de Wiv 2017. Onder het kopje ‘Zonder verdenking, geen data’ schrijft de SP dat “als er geen concrete verdenking tegen iemand bestaat, er geen gegevens binnengeharkt mogen worden”. Dit verbreedt de SP naar de AIVD: “Ook de AIVD heeft geen vrijbrief om massaal gegevens van burgers te verzamelen. Het doorzoeken van massa’s gegevens van onschuldige burgers is niet effectief voor de bestrijding van terreur en zulke sleepnetten laten we dus niet meer toe”.

Helder en duidelijk, zeker omdat de komende periode de wijziging van de Wiv 2017 op de agenda zal staan.

Privacy

Daarover is ook de Partij voor de Dieren in het programma ‘Natuurlijk’ helder. De huidige Wiv 2017 (‘sleepwet’) moet worden ingetrokken en vervangen worden door een nieuwe privacyvriendelijke wet. Privacy is volgens de Partij voor de Dieren van onschatbare waarde voor een democratie.

Mede daarom dienen procedures, ook voor inlichtingendiensten aangescherpt te worden. “Alleen wanneer sprake is van een concrete verdenking die door de rechter wordt getoetst mogen politie, justitie en inlichtingendiensten gegevens over burgers opvragen bij bedrijven”. Vanuit dezelfde privacybescherming stelt de Partij voor de Dieren ook voor dat opsporing- en veiligheidsdiensten geen digitale apparaten mogen binnendringen zonder dat daar een zwaarwichtige, door de rechter getoetste reden voor is.

Ook vindt de partij dat er een sterkere en openbare controle op het functioneren van de veiligheidsdiensten moet komen. Tenslotte moet duidelijk worden hoe de privacy van mensen gewaarborgd is in de algoritmes die de diensten gebruiken. In dit kader moet de AIVD zeer terughoudend zijn met het delen van gegevens van burgers met buitenlandse veiligheidsdiensten.

De Partij voor de Dieren is tegelijkertijd wel voor een fikse aanpak van spionage: “We zorgen voor een robuuste taskforce die spionage opspoort en tegengaat”. Het Wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties moet worden ingetrokken stelt de PvdD. De vage definities zouden de vrijheid van meningsuiting ernstig beperken en ruimte scheppen voor politieke vervolging van vreedzame demonstranten en activisten.

Economische inlichtingen

 ‘BBB levert’, met dit verkiezingsprogramma gaat de BBB de verkiezingen van dit jaar in. Waar er in 2023 redelijk wat aandacht was voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, blijft het deze keer zeer beperkt. Wel een opmerkelijk voorstel: BBB wil graag dat de diensten naast het beschermen van de eigen kennis en kunde, ook economische (contra)inlichtingen gaan verwerven, zoals in Frankrijk gebeurt.

Eigen benen

Bij de ChristenUnie (‘Opstaan voor het goede, aanpakken, vereenvoudigen, normeren’) geen directe woorden over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In algemene zin vindt de partij dat Nederland meer op eigen benen moet kunnen staan. “Toenemende geopolitieke spanningen zorgen voor onzekerheid en een schemergebied tussen oorlog en vrede. In een instabiele wereld moeten Europa en Nederland meer op eigen benen staan om onze veiligheid en democratische rechtsorde te beschermen en weerbaarder te worden. De rechtsstaat en ons vrije democratische bestel staan niet alleen onder druk van (sabotage door) andere landen, maar ook door terroristische dreiging van het jihadisme, criminele ondermijning of extremistische netwerken die onze rechtsorde bedreigen”.

Vooral de cyberveiligheid komt vervolgens aan bod in de plannen. “Nederland moet zich goed beschermen tegen spionage, diefstal van militaire technologie, ontwrichting door desinformatie en het hacken van wapensystemen en vitale infrastructuur (zoals een waterkering). Nederland is goed in cyberveiligheid en dat willen we zo houden. Extra geld voor defensie gebruiken we daarom ook voor het verbeteren van cyberveiligheid”.

Interview met directeur-generaal AIVD, Erik Akerboom

Begin augustus was ik in de gelegenheid om uitgebreid Erik Akerboom, directeur-generaal van de AIVD, te interviewen voor Pointer op NPOradio1. Het werd een uitgebreid gesprek over de grote diversiteit aan dreigingen die de AIVD moet onderkennen. Over de rol en positie van de AIVD, maar ook die van de samenleving in deze kwesties. En natuurlijk ging het ook over de diverse verhoudingen, bijvoorbeeld met ‘de’ politiek en diverse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Luister hier terug

Lees ook:
Akerboom, directeur-generaal AIVD: ‘Toenemende kwetsbaarheid vereist nauwere samenwerking van inlichtingendiensten’