
The Ones – Micky Hoogendijk
De digitale technologie ontwikkelt zich in hoog tempo. Wat betekent dat voor het werk van de AIVD? Die vraag legde de dienst ruim een jaar geleden voor aan het Rathenau Instituut. Het Rathenau Instituut houdt zich al 40 jaar bezig met onderzoek en debat over de impact van wetenschap, technologie en innovatie op de samenleving. Het resultaat is het rapport Signalen voor de toekomst, waarin vier mogelijke toekomstscenario’s tot 2035 worden geschetst, aangevuld met zeven aanbevelingen voor hoe de AIVD zich kan voorbereiden op technologische en maatschappelijke veranderingen. De toekomsthorizon ligt ogenschijnlijk ver weg, maar voelt tijdens het lezen soms verrassend dichtbij. Dat was reden voor een gesprek met Francisca Wals, onderzoeker en medeauteur van het rapport.
Technologie als drijvende kracht
De AIVD vroeg het Rathenau Instituut om te verkennen hoe communicatie, informatievergaring en de samenleving zich in de komende tien jaar zouden kunnen ontwikkelen. ‘Technologie is daarbij een belangrijke drijvende kracht,’ legt zij uit, ‘maar altijd in samenhang met maatschappelijke, economische en geopolitieke factoren.’ Juist die wisselwerking is een kerngebied van het Rathenau Instituut.
Technologische ontwikkelingen veranderen niet alleen hoe mensen communiceren, maar ook hoe zij met elkaar omgaan. De online en offline wereld raken steeds sterker verweven, en relaties tussen mens en machine komen vaker voor. Dat stelt inlichtingen- en veiligheidsdiensten voor nieuwe en complexe uitdagingen. ‘De AIVD wilde beter begrijpen wat dat betekent voor hun werk,’ aldus Wals.
Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de AIVD, met behoud van de onafhankelijke rol van het Rathenau Instituut. ‘De analyse en conclusies zijn zelfstandig tot stand gekomen. Waar gepast en gewenst dachten onze opdrachtgevers mee en deden ze expertchecks, bijvoorbeeld op dreigingstypen’.
Centraal stonden vragen als: hoe veranderen technologische ontwikkelingen het werk van de diensten? Zijn de huidige bevoegdheden toereikend? Hoe blijft de AIVD wendbaar? En hoe worden toezicht en grondrechten van burgers gewaarborgd?
Trends als vertrekpunt
Het onderzoek startte met een brede analyse van trends: technologisch, maar ook maatschappelijk, economisch, geopolitiek en beleidsmatig. ‘Die trends beïnvloeden allemaal de manier waarop mensen met elkaar interacteren,’ zegt Wals. ‘Vanuit die analyse hebben we verschillende ontwikkelpaden geschetst en gecombineerd tot logische, plausibele scenario’s.’ Wals benadrukt dat de scenario’s geen voorspellingen zijn. Het zijn ‘voorstellingen’ van hoe de toekomst zich zou kunnen ontvouwen.
Veel van de beschreven trends zijn herkenbaar in het dagelijks leven. Sommige ontwikkelingen, zoals de groeiende macht van grote technologiebedrijven, ontvouwden zich zelfs al tijdens het onderzoek. ‘Dat maakte de scenario’s soms confronterend actueel,’ aldus Wals.
Vier scenario’s
Uit de trendanalyse kwamen vier toekomstscenario’s voort. In elk scenario verschilt wie de controle heeft over digitale middelen – burgers, overheid, technologiebedrijven of niemand in het bijzonder – en hoe omvangrijk de beschikbare datastromen zijn. Die variatie heeft directe en indirecte gevolgen voor de positie en het functioneren van de AIVD.
1. Burgers bepalen
In het eerste scenario zijn burgers ‘het zat’. Er ontstaat een brede beweging richting digitale detox: smartphones worden op steeds meer plekken geweerd, offline ontmoetingen winnen aan populariteit en sociale cohesie neemt toe. Initiatieven als smartphonevrij opgroeien worden gemeengoed. Een belangrijke randvoorwaarde is wel een politieke koerswijziging in de Verenigde Staten.
Voor de AIVD betekent dit scenario een tegenbeweging ten opzichte van de huidige datatrend. Er ontstaat ‘datadroogte’, wat het verzamelen van inlichtingen bemoeilijkt. Burgerrechten staan centraal, waardoor toezicht en controle op de dienst intensief zijn. Dat kan de wendbaarheid van de AIVD onder druk zetten.
Human intelligence wordt in dit scenario cruciaal. Daarnaast zou de dienst kunnen inzetten op technische middelen in de fysieke wereld om eigen datastromen veilig te stellen, of op uitbreiding van de medewerkingsplicht. Die laatste optie kan echter het wantrouwen jegens de dienst vergroten. Een voordeel is wel dat medewerkers makkelijker anoniem kunnen blijven.
2. Corporate control
In het scenario Corporate control grijpen grote technologiebedrijven de macht. Hun innovaties krijgen volop ruimte en worden enthousiast omarmd. Er heerst techno-optimisme, cryptovaluta zijn het belangrijkste betaalmiddel en dataverzameling draagt bij aan efficiëntie en gemak.
Tegelijkertijd neemt de digitale afhankelijkheid toe. Europa verliest strategische autonomie, het energieverbruik stijgt en sociale cohesie neemt af. Nieuwe databronnen geven toegang tot uiterst gevoelige informatie, zoals fysiologische en neurologische data.
Voor de AIVD verschuift de focus naar technical intelligence. Er is een overvloed aan data, met het risico dat de dienst daar te sterk op leunt en afhankelijk wordt van bedrijven en de betrouwbaarheid van hun gegevens. Human intelligence kan ondergesneeuwd raken. Ook de anonimiteit van medewerkers en bronnen staat onder druk. Dit scenario roept bovendien fundamentele vragen op over mensenrechten en samenwerking met private partijen.
3. Toenemend totalitarisme
Het derde scenario schetst een geopolitiek instabiele wereld met dreigingen vanuit landen als Rusland, Iran en China. Cyberaanvallen en aanslagen leiden tot een maatschappelijke roep om meer staatscontrole. Dat versterkt polarisatie en wantrouwen binnen de samenleving.
Vanuit de samenleving is de roep sterk om de AIVD ruimere bevoegdheden en meer middelen te geven en juist minder toezicht. De maatschappelijke en politieke druk neemt toe om de flexibiliteit en wendbaarheid van de diensten ten gunste van nationale veiligheid te vergroten. Surveillance neemt toe en privacyrechten raken op de achtergrond. De afhankelijkheid van technologie en technische specialisten groeit sterk. Daarbij ligt het gevaar van ‘digitaal taylorisme’ op de loer: medewerkers voeren slechts kleine, routinematige taken uit, waardoor overzicht en vakmanschap verloren gaan.
Hoewel Europese samenwerking intensiveert en er zelfs een pan-Europese veiligheidsdienst ontstaat, roept dit scenario grote vragen op. Hoe ver mag surveillance gaan? Wat betekent dit voor de anonimiteit van medewerkers? En hoe voorkom je ongewenste vermenging van gegevens tussen diensten?
4. Fikse fragmentatie
In het vierde scenario is de wereld sterk gefragmenteerd. Machtsblokken staan tegenover elkaar en digitale ecosystemen zijn van elkaar afgesloten. Online platforms vormen broedplaatsen voor nieuwe vormen van extremisme. Europa raakt economisch en technologisch achterop, terwijl ook binnen Nederland de gemeenschapszin afneemt.
Mensen communiceren vooral binnen gesloten groepen via beveiligde apps. Aan de randen van de samenleving ontstaan ‘buitenbeentjes’ die zich online verenigen rond complottheorieën en gewelddadige ideeën. Soms leidt dit tot zogenoemd saladebar-extremisme: moeilijk te voorspellen individuele geweldsdaden.
Voor de AIVD is dit een bijzonder lastig scenario. Traditionele inlichtingenmethoden leveren weinig op en ideologische categorieën ontbreken. Wel kan de dienst proberen via zogeheten weak signals – onspecifieke, gefragmenteerde gedragsgegevens – een informatiepositie op te bouwen. Daarbij rijst de vraag hoever privacybescherming mag worden opgerekt, zeker omdat de meeste buitenbeentjes geen directe dreiging vormen.
De toekomst nadert snel
Volgens Francisca Wals helpen de scenario’s de AIVD vooral om het denken te verruimen. ‘In elk scenario zitten elementen die we nu al zien. Wat als die zich doorzetten? Wat betekent dat voor de dienst?’ Die denkoefening vergroot de paraatheid.
Over de scenario’s heen identificeerde het Rathenau Instituut een aantal terugkerende kwesties: de inzet van nieuwe technologieën, nieuwe dreigingen, toestemming, toetsing en toezicht. Welke data mag de AIVD verzamelen? Welke analysetechnieken zijn wenselijk? Hoe wendbaar is de dienst, en wat betekent nauwere samenwerking voor de scheiding van verantwoordelijkheden?
Op basis daarvan formuleerde het instituut concrete aanbevelingen. Die zijn niet alleen gericht op de toekomst, maar ook toepasbaar in het hier en nu. Zo benadrukt het rapport het belang van een balans tussen technical intelligence en human intelligence. Culturele kennis, talenkennis en begrip van sociale context blijven onmisbaar. Ook het personeelsbeleid en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) zouden tijdig moeten worden aangepast aan nieuwe technologische realiteiten.
Een andere belangrijke aanbeveling betreft het toezicht. ‘Dat hoeft geen strijd te zijn,’ zegt Wals. ‘Wendbaarheid en verantwoording kunnen samen gaan, als diensten en toezichthouders daar gezamenlijk naar zoeken.’
Daarnaast pleit het rapport voor het juridisch vastleggen van samenwerking, een sterkere inzet op preventie van radicalisering en het stimuleren van maatschappelijk en politiek debat over nationale veiligheid. Met Signalen voor de toekomst hoopt het Rathenau Instituut dat debat te voeden. ‘We staan op een cruciaal moment,’ besluit Wals. ‘De keuzes die we nu maken over technologie, toezicht en veiligheid, bepalen hoe menswaardig onze digitale toekomst wordt.’
