
De wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) gaat flink aangepast worden. Er komt een duidelijke tweedeling in de wet, waardoor de AIVD en MIVD eenvoudiger en sneller middelen in kunnen gaan zetten tegen vijandelijke staten als Rusland en China. De diensten kunnen daarbij ook zelf gaan optreden en zullen hun inlichtingen in bulk en ongeëvalueerd moeten gaan delen met de krijgsmacht. De wet wordt dreigingsgericht opgesteld en er zal op bepaalde terreinen minder toezicht zijn. Dit blijkt uit een analyse van Tweede Kamerstukken over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van het afgelopen half jaar.
Dreigingsgerichte AIVD en MIVD
‘We richten de wet [de nieuwe wet op de inlichtingen – en veiligheidsdiensten] zodanig in dat er sprake is van een dreigingsgerichte wet in plaats van de huidige wet die gericht is op inlichtingenmiddelen.’ Deze zin stond, bijna verstopt, tussen de duizenden woorden van het regeerakkoord dat het kersverse kabinet Jetten bij zijn aantreden in januari van dit jaar produceerde.
In het totale pakket aan informatie, waarin de uitbreiding van Defensie een zeer belangrijke rol speelt, viel het slechts een enkeling op. Het dagelijkse nieuws op het terrein van nationale veiligheid stroomt hard. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op: nieuws over de raket- en dronebeschietingen in Oekraïne; Chinese hackers die een ingenieuze truc uitvoerden en wereldwijd telecomnetwerken tot in de kern binnendrongen; de doorgaande aanvallen van Israël op Gaza en de Westelijke Jordaanoever; een uit de hand gelopen conflict tussen de VS en Israël tegenover Iran, waarvan de uitkomst totaal onvoorspelbaar is nu het ook lijkt te rommelen tussen Israël en de VS en met steeds brutalere hybride oorlogsvoering in Europa, waar alleen de Russen achter kunnen zitten. Dus ja, een dreigingsgerichte wet voor de AIVD en MIVD klinkt logisch. Maar is het dat ook? En wat is er tot nu over bekend? Binnenkort volgt de internetconsultatie over de wet. Iedereen mag reageren. De stand van zaken.
AIVD en MIVD in beweging
Langzaam maar steeds zekerder wordt duidelijk dat de grondslag van de nieuwe Wiv dreigingsgericht is. In de jaarplannen over 2026 (gepubliceerd op 18 december 2025) beschrijven de AIVD en MIVD vooral nog de praktische inzet voor 2026. Over de nieuwe wet is de MIVD nog het duidelijkst: ‘er wordt gewerkt aan een dreigingsgericht stelsel voor de inzet van bevoegdheden waarbij onder andere rekening wordt gehouden met de huidige en toekomstige technologische ontwikkelingen en op welke manier deze zo effectief mogelijk en rechtmatig kunnen worden ingezet’. De AIVD noemt het dreigingsgerichte nog niet in haar jaarplan, maar houdt het erop dat de AIVD en MIVD ‘een wettelijk kader nodig hebben dat voorziet in de benodigde operationele slagkracht en wendbaarheid om te reageren op technologische en geopolitieke ontwikkelingen, en dat recht doet aan fundamentele waarborgen zoals onafhankelijk toezicht’. In het jaarverslag van de AIVD dat in mei 2026 werd gepresenteerd wordt het dreigingsgerichte karakter wel genoemd: ‘bij de nieuwe Wiv ligt een sterke focus op een techniekneutrale en meer dreigingsgerichte wet, en daarmee een goede uitvoerbaarheid, toekomstbestendigheid en een eenduidiger regime voor gegevensverwerking’. Toch lijkt de MIVD de aanjager te zijn van het nieuwe dreigingsgerichte stelsel en dat is gezien de dreiging uit Rusland niet vreemd. Defensie is zich aan het voorbereiden, en dat heeft ook zijn weerslag op de MIVD en AIVD.
Vijandige statelijke actoren
Eind april 2026 is het regeerakkoord, na de eerste landing, op de ministeries verder uitgewerkt. Zowel het ministerie van Defensie als het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besteden aandacht aan de AIVD en MIVD. Ook uit die verslagen is goed te lezen dat Defensie het voortouw neemt om het dreigingsgerichte karakter voor de nieuwe Wiv handen en voeten te geven. Minister van Defensie Yesilgöz schrijft in de beleidsbrief dat de ‘wet versneld wordt herzien, waarbij we toewerken naar een dreigingsgerichte wet’. Nu valt die versnelling nog wel mee, er was immers al in 2022 politieke consensus over een nieuwe Wiv. Daarin nog geen woord over het dreigingsgerichte karakter. Ook wordt de motivatie achter de wijziging duidelijker uit de brief, met een dreigingsgerichte Wiv verwacht de MIVD slagvaardiger te kunnen optreden in de grey zone, het grijze gebied tussen oorlog en vrede waar we momenteel midden in zitten. Ook verwacht de MIVD dan tijdens grootschalige conflicten of missies de krijgsmacht beter te kunnen ondersteunen.
Het dreigingsgerichte kader wordt beschreven als ‘operaties tegen statelijke actoren die een voortdurende bedreiging vormen voor de nationale veiligheid’. In dit kader komt er minder toezicht (gedifferentieerd) op deze operaties net als op het onderscheppen van militaire communicatie, schrijft Yesilgöz. Met dit laatste punt keren we terug naar voor de Wiv 2017, toen militaire communicatie alleen via de satelliet en HF-frequenties werd afgeluisterd. Er was destijds geen enkel bindend toezicht op.
Nu is de motivatie urgenter, ‘de MIVD wil een betere informatiepositie op de inzet en voorbereiding van militaire middelen van (potentiële) opponenten zodat deze kennis kan worden gebruikt voor onze gereedstelling en afschrikking’.
In de uitwerking van het beleid voor de AIVD uit het regeerakkoord komt de minister van BZK, Pieter Heerma, niet veel verder dan de al bekende algemeenheden. Hij schrijft dat er ‘een toekomstbestendig, techniekneutraal en dreigingsgericht wettelijk kader nodig is met effectieve bevoegdheden en passende waarborgen’.
Inlichtingen voor het slagveld
In de daarop verschijnende Defensie nota van 30 juni jl. wordt het belang van inlichtingen, en dus aanpassing van de Wiv nog duidelijker neergezet.
De nieuwe wet moet ervoor gaan zorgen dat deze beter aansluit op het militaire domein, aldus de Defensienota. ‘Inlichtingen zijn hierbij cruciaal om een dominante informatiepositie ten opzichte van een tegenstander op te bouwen. Deze wet gaat uit van de mogelijke dreigingen en bevat bijpassende waarborgen’.
Bovendien moet de krijgsmacht informatie sneller omzetten in optreden. Daarom worden sensoren, data, inlichtingen, cyber, ruimte en commandovoering sterker met elkaar verbonden, zodat Defensie beter en sneller kan zien, besluiten en handelen. Ongetwijfeld speelt ook de MIVD hier een belangrijke rol in.
De kern
De kern van het nieuwe dreigingsgerichte karakter werd een dag eerder, op 29 juni, uitgebreider gecommuniceerd met de Tweede Kamer.
De nieuwe wet wordt conceptueel echt anders opgebouwd, kort maar krachtig gezegd: iedereen, of je nu Poetin of Jansen heet, kan in een wettelijk regime van de Wiv terecht komen, de dreiging bepaalt onder welk regime je valt. Bijzondere bevoegdheden kunnen dan eenvoudiger worden ingezet en ook het toezicht bij de verschillende regimes is anders. En dat alles om beter toegespitst te zijn op de ‘whole-of-government’ en ‘whole-of-society’-benadering van Rusland en China.
Minister Yesilgöz, die de brief naar de Tweede Kamer stuurde, stelt dat de manier waarop de huidige wet is ingericht – op de inlichtingenmiddelen gebaseerd –, onvoldoende is om onderzoek te doen naar de hedendaagse dreigingen. Dat wordt dus verandert en ‘personen en organisaties die een bijdrage leveren aan doelen en activiteiten die evident strijdig zijn met de Nederlandse (veiligheids-)belangen krijgen een ander regime’.
In de antwoorden worden Rusland en China veelvuldig als voorbeeld genoemd. Uit de jaarplannen van de MIVD en AIVD kun je vervolgens ook landen uit het Midden-Oosten, Iran en Venezuela halen. Denkbaar is natuurlijk dat Noord-Korea in dit rijtje past.
Vervolgens wordt er, zoals beschreven in bureaucratische ambtenarentaal, op basis van deze dreiging een ‘separaat regime ingericht met een gedifferentieerd en passend waarborgenstelsel ingericht’. Dus, in gewone Jip en Janneke taal: er komen twee verschillende lijnen (of stelsels als Jip en Janneke dat begrijpen), waarbij tegen landen die opponenten zijn van Nederland (die zich regelmatig manifesteren als opponenten) bevoegdheden eenvoudiger in te zetten zijn en het toezicht minder sterk zal zijn. Om dan toch even terug te vallen op termen van de AIVD en MIVD: ‘de lat van noodzaak en proportionaliteit bij de inzet van bevoegdheden wordt in die gevallen eerder gehaald’.
Dit betekent een fundamentele wijziging binnen het stelsel van toetsing en toezicht. Zoals gezegd minder toezicht ten aanzien van actoren waarvan een verhoogde en persistente dreiging richting Nederland en Nederlandse belangen uitgaat, bijvoorbeeld China en Rusland. Daarnaast blijft een regime bestaan met haar eigen, passende waarborgen ten aanzien van de overige onderzoeken van de diensten.
Tijdelijke wet
Het is niet voor het eerst dat er in de Wiv een dreigingsgerichte opdeling is.
Ook onder de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (Tw) is deels al sprake van zo’n constructie. Uit de algemeen werkende wet (Wiv 2017) werd één taak geïsoleerd: onderzoek naar landen met een offensief cyberprogramma. Alleen de onderdelen ‘bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen’ hebben een algemene werking (!)
De wet kwam er omdat de AIVD en MIVD in de vorm van het JSCU (Joint Sigint Cyber Unit) op het terrein van cyberoperaties tegen veel beperkingen aanliepen bij het uitvoeren van hack- en onderzoeksopdrachtgerichte-interceptie operaties. Volgens de AIVD en MIVD schoot de wendbaarheid en slagkracht door beperkingen te kort. De landen met een offensief cyberprogramma gericht op onder andere Nederland zouden daarmee vrij spel hebben.
Er werden aanpassingen gedaan in het stelsel van toezicht, waarbij er een verschuiving plaatsvond van minder preventief naar meer achteraf en real time toezicht. Maar dit wel allemaal alleen in de taak van onderzoek naar landen met een offensief cyberprogramma.
Een eerst schifting dus in de Wiv op basis van een dreiging, zij het dat deze tijdelijk is. Er wordt dus niet langer uitgegaan van de juridische regels voor bijzondere bevoegdheden van de AIVD en MIVD in alle gevallen, maar voor een specifieke dreiging (zoals de cyberdreiging) worden specifieke regels opgesteld. Vergelijkbaar dus met de opzet voor de nieuwe Wiv. Alleen komt er dan een ander regime voor ‘personen en organisaties die een bijdrage leveren aan doelen en activiteiten die evident strijdig zijn met de Nederlandse (veiligheids)belangen’ of breder geformuleerd ‘ten aanzien van actoren waarvan een verhoogde en persistente dreiging richting Nederland en Nederlandse belangen uitgaat, bijvoorbeeld China en Rusland’.
Praktijk
In de praktijk werken de diensten sinds de invoering van de Tijdelijke wet dus met twee verschillende regimes en dus is het interessant om te zien hoe dat werkt. In een nieuwe Wiv worden dat wellicht nog meer regimes. Wat vinden de diensten?
De AIVD en MIVD tonen zich voorzichtig optimistisch. Voorzichtig omdat ten tijde van de invoeringstoets de Tijdelijke wet nog maar kort volledig kon worden toegepast (zie Aivdwatch). Voor een dreigingsgerichte aanpak is het is om te beginnen natuurlijk van belang voor welke dreiging een inlichtingenmiddel wordt ingezet. Daarvan zeggen de AIVD en MIVD dat ‘er expliciet aandacht is besteed aan de afbakening van operaties; dit om te voorkomen dat in de praktijk onduidelijkheid zou bestaan over de toepassing van het vereiste regime’.[…] ‘Dat verloopt in grote lijnen goed,’ melden de AIVD en MIVD, op één knelpunt na. En hoewel het een technisch probleem betrof, geeft het aan dat er soms onverwachte problemen opduiken bij het werken onder een dreigingsgericht regime. Het ging in dit geval om het verkeer van populaire streaming-en downloaddiensten, zoals Netflix, Spotify en BitTorrent. Onder het regime van de Wiv 2017 viel dat door toezeggingen van de toenmalige minister niet onder de kabel-interceptie, onder het regime van de Tijdelijke wet wel. In de praktijk bleek het te lastig uitvoerbaar, er zou voor beide regimes een apart verwervingssysteem moeten worden opgetuigd. De urgentie om de Tijdelijk wet toch toe te kunnen passen, ook op deze streamingsdiensten, was zo hoog, dat het negatief-filteren per direct werd gestopt. Het lijkt marginaal, maar is wel een voorbode van hoe ook praktische en technische elementen een rol kunnen spelen binnen verschillen dreigingsgerichte regimes.
Waar de AIVD en MIVD dus redelijk positief waren over de Tijdelijke wet was de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden, de TIB, minder enthousiast over de opbrengst. Over de opbrengst van hackoperaties onder de Tw zegt de TIB dat ze ‘niet heeft kunnen waarnemen dat dit de beoogde significante en relevante extra opbrengst heeft geleverd’. Over kabelinterceptie herhaalt de TIB haar visie dat ‘de hoge verwachtingen die de diensten hebben uitgesproken nog niet zichtbaar zijn in de uitkomst, dat beeld is tot op heden niet veranderd’.
Natuurlijk zijn de ervaringen met de Tijdelijke wet nog maar kort en valt de inzet natuurlijk niet direct te vergelijken met voorstellen voor een nieuwe wet. Het kabinet heeft ook toegezegd de Tw de komende tijd te blijven monitoren, dus die ervaringen kunnen nog worden meegenomen in het wetgevingstraject.
Conclusie
De ernst van de dreiging uit Rusland, China en een aantal andere landen is zeer reëel. De wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten als gevolg daarvan dreigingsgericht inrichten klinkt daarom als een logische stap. De verschillende regimes moeten voorkomen dat Nederlandse burgers te maken krijgen met maatregelen die bedoeld zijn voor Rusland en China.
Aan de andere kant is er ook een risico, zeker omdat de dreiging vanuit Rusland en China hybride is, en wie bepaalt de grenzen in de grey zone? Op welk moment geldt dan dat een middel ingezet wordt in het regime van de bescherming tegen deze opponenten en op welk moment niet?
En dreigt niet wederom een Koude Oorlog, met binnenlandse vijanden, mensen, organisaties en partijen die uitgesloten worden vanwege hun pro-Russische standpunten. Dat is lastig voorstelbaar, pro-China wellicht minder. En hoe fluïde wordt het begrip ‘strijdig zijn met de Nederlandse (veiligheids-)belangen’ en wanneer lever je daar nu een bijdrage aan. Niets is zwart/wit, de grenzen zijn belangrijk. En bepalen we elk jaar opnieuw welke landen hieronder vallen? Ook met het boek ‘Democratie onder druk’ van Rowin Jansen en Bart Jacobs in het achterhoofd: wel een maatregel die vatbaar is voor politisering.









