Nieuw wetsvoorstel voor AIVD en MIVD

Alle seinen lijken inmiddels op groen te staan en als de voortekenen kloppen wordt deze zomer het wetsvoorstel voor een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) op internet ter consultatie aangeboden. Althans, zo staat het aangekondigd in de Defensienota 2026 ‘Samen Voorwaarts’.
Laten we daar ook maar van uitgaan gezien het krappe tijdschema dat er is voor de behandeling van de wet. De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten regelt taken, bevoegdheden, aansturing en controle op de AIVD en MIVD. De wens om een Nationale Veiligheidswet te ontwerpen, waarin ook de NCTV wordt meegenomen, komt er vooralsnog niet.
De nieuwe wet moet de huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen,  gaan vervangen.
De Tijdelijk wet verloopt op 1 juli 2028. Tegen die tijd moet het nieuwe wetsvoorstel aangenomen en gepubliceerd zijn. Binnenkort volgt de internetconsultatie van het nieuwe wetsvoorstel, waar in principe iedereen op kan reageren. De internetconsultatie van de Wiv 2017 leverde ruim 500 openbare reacties op, die van de Tijdelijke wet veel minder.

Een wirwar van regels en regelgeving

Het wordt dus tijd om in de achtergronden te duiken, want ik heb al gemerkt de complexiteit van dit onderwerp enorm is toegenomen. Bij de totstandkoming van zowel de Wiv 2017 als de Tijdelijke wet was er sprake van een enorm politiek en bestuurlijk krachtenveld, wat in beide wetten tot ingewikkelde juridische constructies heeft geleid. De Wiv 2017 zal de geschiedenis ingaan als ‘sleepwet’, waarbij een grote maatschappelijke betrokkenheid over zorgen voor de privacy dwars stond op de wens van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om de kabel te kunnen tappen en eenvoudiger te kunnen hacken. De Tijdelijke wet stelde in eerste instantie voor om cyberoperaties van de diensten te vereenvoudigen, puur en alleen voor die taak, maar werd gaandeweg het proces een ingewikkelde constructie waarin het toezicht werd veranderd, de bulkdatasets een belangrijke rol kregen, en zelfs de stomme tap een plekje kreeg. Dit gaat over de bevoegdheid om ‘real time’ verkeers- en locatiegegevens te vorderen bij aanbieders van communicatiediensten.  Bijna niet meer te volgen.

Ik vraag me af: welke regeling en welk toezicht gelden nu binnen welk domein en voor welke bevoegdheden? Het liefst zou ik Katinka Polderman inhuren om een inzichtelijke beslisboom te maken, dat zou mij ontzettend helpen! Maar ja, niet alles is mogelijk, dus duik ik zelf de komende weken maar diep in de materie in de hoop te ontwarren waar we nu eigenlijk staan.

AIVD en MIVD in verandering

Eén ding is natuurlijk wel duidelijk: de wereld waarin we verwachten dat de AIVD en MIVD Nederland veilig houden is enorm veranderd. Een geopolitieke situatie die van invloed is op de rol en positie en daarmee de wetgeving van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. We kunnen er niet omheen draaien: hét grote verschil zit in de dreiging die er van Rusland uit gaat. Tijdens de discussies over de Wiv in 2017 speelde vooral de cyberdreiging vanuit Rusland een rol in de totstandkoming van de wet. Een militair conflict werd destijds als zeer onwaarschijnlijk gekwalificeerd door de MIVD, maar toch ook ‘anders dan in het recente verleden wel voorstelbaar’ (jaarverslag MIVD 2017)
Dat is nu wel anders, we zien het dagelijks terug in het nieuws. De inlichtingendiensten maken zich zorgen. Volgens de MIVD vormt Rusland momenteel de grootste en meest directe dreiging tegen vrede en stabiliteit in Europa (jaarverslag MIVD 2025).
‘Binnen een jaar na het beëindigen van de oorlog tegen Oekraïne kan Rusland voldoende gevechtskracht genereren om een regionaal conflict tegen de NAVO te initiëren,’ zo stelt de MIVD. ‘De hybride middelen die Rusland nu al inzet blijven net onder de drempel van een openlijk militair conflict, maar hebben een reëel risico op onbedoelde en moeilijk te beheersen escalatie.’
In de gezamenlijk uitgebrachte analyse Tussen vrede en oorlog. De oorlog in Oekraïne en de Russische dreiging in Europa beschrijven de AIVD en MIVD juist die toegenomen hybride dreiging van de Russen richting Europa. Rusland neemt daarbij in toenemende mate risico’s, waarbij het risico op slachtoffers of materiele schade toeneemt. Een vergelijkbaar beeld schetsen onderzoekers van het ISGA.

Afstemmen

Deze Russische dreiging is inmiddels constant aanwezig en zal zeker bestendigen. Omdat de dreigingen zich op tal van terreinen voordoen zullen de AIVD en MIVD zich ook moeten ontwikkelen, iets wat vorm moeten krijgen in het nieuwe wetsvoorstel. De diensten zullen bijvoorbeeld hun activiteiten moeten gaan afstemmen met andere organisaties die zich richten op het versterken van de weerbaarheid in Nederland. In de nota Weerbaarheidsopgave – Versterken van weerbaarheid in het licht van militaire en hybride dreigingen, die eind vorige jaar door de minister van Defensie en van Justitie en Veiligheid werd aangeboden aan de Tweede Kamer, wordt een basis gelegd die nu wettelijk uitgewerkt moet gaan worden. Wie goed tussen de regels door leest ziet dat de AIVD en MIVD niet langer alleen ‘in staat worden gesteld (ongekende) dreigingen tegen de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde tijdig te kunnen onderkennen,’ maar dat ze ook een actievere handelende rol zullen gaan krijgen in het tegengaan van deze dreigingen: ‘zo nodig te voorkomen of te verstoren’. De inzet van de diensten zou ‘versneld moeten kunnen intensiveren tegen (acute) dreigingen die een of meer nationale veiligheidsbelangen aantasten. Daar kan al sprake van zijn in de aanloop naar of tijdens de voorfase van een conflict’.

Dat is een interessante wending in het perspectief van activiteiten van de diensten. In algemene zin is het stramien nu: de diensten handelen niet zelf (of in hoge uitzondering), maar geven andere (overheids-) organisaties de inlichtingen waarmee die kunnen handelen. Het is een perspectief dat niet alleen bij ons verandert. Ook in andere landen, bijvoorbeeld in België, waar nieuwe wetgeving op stapel staat, zie je die ontwikkeling.

Defensienota 2026

Bovenal zullen de diensten hun inzet en kennis moeten gaan afstemmen met Defensie, waar flinke voorbereidingen plaatsvinden om de Russische dreiging te kunnen weerstaan. In de Defensienota 2026 is ook een glimp van die nieuwe rol van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te ontdekken. De nieuwe wet moet er voor gaan zorgen dat deze beter aansluit op het militaire domein, aldus de Defensienota. ‘Inlichtingen zijn hierbij cruciaal om een dominante informatiepositie ten opzichte van een tegenstander op te bouwen.’ Hierdoor kan de MIVD slagvaardiger optreden in de grijze zone tussen oorlog en vrede en tijdens grootschalig conflicten of missies de krijgsmacht beter ondersteunen, aldus de nota. Daarnaast worden de mogelijkheden tot samenwerking uitgebreid, niet alleen nationaal, ook internationaal met een kopgroep van Europese landen. Een element dat ook al beschreven werd in de regeringsverklaring

Cyberdreiging

Maar de wereld van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt niet alleen getekend door de ontwikkelingen in Rusland. Een tweede ontwikkeling is de cyberdreiging (deels ook vanuit Rusland), waar de Tijdelijke wet deels een antwoord op is geweest. De periode dat deze wet in werking is getreden, is nog relatief kort  (sinds juli 2025) en de evaluatie ervan nogal magertjes. Het is nog afwachten of en hoe deze wetsartikelen aangepast dienen te worden. Bij het onderdeel over de bulkdatasets lijkt aanpassing onvermijdelijk na het recente rapport van de CTIVD, de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.
Wel is duidelijk dat de cyberdreiging eerder toe- dan afneemt. In het Cybersecuritybeeld 2025 schetst de NCTV toenemende activiteiten van statelijke actoren. Opvallend noemt de NCTV de verbondenheid met niet niet-statelijke actoren.

En verder naar het oosten

In het verlengde hiervan zien de diensten ook toenemende dreiging vanuit China. Een dreiging die zich verdiept, zo stelt de AIVD in het jaarverslag 2025. China bouwt door aan een eigen nieuwe wereldorde en ontwikkelt zich steeds meer als een kennis- en technologiesamenleving. ‘Voor het verwerven van kennis maakt China ook gebruik van cyberaanvallen,’ aldus de AIVD. China werkt volgens een whole of society-approach, aldus de AIVD. Dit houdt onder andere in dat alle onderdelen van de samenleving, van individuen tot bedrijven en organisaties, door de Chinese overheid ingezet kunnen worden voor bijvoorbeeld inlichtingenactiviteiten.

Diverser beeld extremisme

Anders dan tien jaar geleden is de dreiging uit extremistische hoek. Destijds werden de diensten in dit kader vooral geconfronteerd met de jihadistische dreiging. Tegenwoordig komt de extremistische dreiging uit tal van hoeken, ontwikkelt zich vaak snel en is, al dan niet door eenlingen, verborgen op duistere plaatsen op het internet of darkweb. In de analyse Een web van haat, beschrijft de AIVD deze ontwikkeling, waaruit blijkt dat individuele gevallen soms moeilijk traceerbaar zijn. In een van zijn laatste interviews voor zijn afscheid voor Pointer, beschreef voormalig directeur-generaal van de AIVD, Erik Akerboom de ernst van deze dreiging.  
Zijn opvolger bij de dienst, Simone Smit, deed er nog een schep bovenop in het voorwoord van het jaarverslag 2025. ‘In de tachtig jaar dat de AIVD en zijn voorlopers bestaan, was er niet eerder een dreigingsbeeld zoals nu, waarbij de nationale veiligheid tegelijk van zoveel kanten, zo langdurig onder druk staat.’

Politieke en maatschappelijke ontwikkelingen

Maar het zijn natuurlijk niet alleen de dreigingen die de positie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten beïnvloeden. Ook andere politieke en maatschappelijke ontwikkelingen zijn bepalend voor de rol die wij inlichtingen- en veiligheidsdiensten willen en durven te geven. Interessant is wat dit betreft het boek Democratie onder druk. Over geheime diensten in turbulente tijden van Bart Jacobs en Rowin Jansen. Ze geven een schets van risico’s die inlichtingen- en veiligheidsdiensten lopen in een toenemende autocratische wereld. Bij de wetgeving in Nederland is hun analyse van belang. Er blijken grote kwetsbaarheden te zitten en hoe gaan we daarmee om in tijden van toenemende dreiging?

Een maatschappelijk ontwikkeling die zeker van invloed is op het werk van inlichtingen en veiligheidsdiensten beschreef het Rathenau Instituut recent in het onderzoek Signalen voor de toekomst. Technologie en de AIVD. Wat betekent het hoge tempo waarin de digitale technologie zich ontwikkelt voor het werk van de AIVD? Ook in dit onderzoek een aantal concrete conclusies die voor de toekomst meegenomen kunnen worden. Het Rathenau Instituut pleit onder andere voor het juridisch vastleggen van samenwerking, een sterkere inzet op preventie van radicalisering en het stimuleren van het maatschappelijk en politiek debat over nationale veiligheid.

Meer spelers

Vervolgens zie ik ook dat er meer en meer spelers zijn in het nationale veiligheidsdomein. De AIVD en MIVD met daaraan gekoppeld de TIB en CTIVD zijn algemeen bekend. De NCTV ook nog wel, maar wie kent het rijtje diensten dat Bob de Graaff in augustus 2023 in de Groene op een rij zette? CTER, DRIO’s, TOOI of RIEC’s , allen vanuit de overheid en met een taak op het terrein van nationale veiligheid. Is er, ook daarom niet juist behoefte aan een algemene nationale veiligheidswet?
Daarnaast bestaan er ook diensten als de NCSC, het Nationale Cyber Security Centrum, dat de nationale digitale cyberdreiging in de gaten houdt. Op dat terrein bestaat inmiddels een keur aan private bedrijven (veelal gestart door ex-medewerkers van de diensten), die vergelijkbare diensten aanbieden. Wordt daar iets voor geregeld?

Artificial Intelligence

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de meest ingrijpende ontwikkeling, de nieuwe technologie, met AI voorop.. Onmiskenbaar heeft dit grote invloed op de wereld van inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Aan de ene kant doordat de diensten zelf AI zullen gaan toepassen en aan de andere kant door de dreiging die ervan uit kan gaan.

Europa

Ten slotte, en wellicht het meest ingewikkelde punt: we moeten in Europa nauwer gaan samenwerken. Althans dat stelt het kabinet in het regeerakkoord. En ja, ik zie  dat in de huidige wereld deze ontwikkeling nodig is. Met in mijn achterhoofd een groot onderzoek dat ik ooit (samen met Jelle van Buuren) deed naar internationale politiesamenwerking (Keizer in Lompen) ben ik ook huiverig voor te groot optimisme. Maar er zijn wel degelijk kansen. Dat vertelde Pepijn Tuinier eerder aan Aivdwatch. Tuinier is gepromoveerd op Europese samenwerking tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten en werkzaam als universitair hoofddocent op de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). ‘Het maakt uit wat de intentie is. Nauwer samenwerken vindt meestal plaats ten behoeve van de eigen nationale veiligheid, maar het kan ook voor een gemeenschappelijk doel zijn, zoals de veiligheid van de Europese Unie. Ook die structuren zijn er al in basis, nu moet je dus gaan kijken in welke structuur je de samenwerking wilt gaan formaliseren,’ aldus Tuinier. ‘Onder druk van de dreigingen is er wel een streven om nauwer samen te werken, dus is nu het momentum om dit te gaan formaliseren.’

Complex

Een complexe wereld, laat ik het zo samenvatten, maar wel een die zo veel mogelijk ontleed dient te worden. Ik ga er de komende tijd eens flink voor zitten. Ik ga de complexiteit proberen af te pellen, als de schillen van een ui, en wie weet raak ik ergens de kern. Maar de komende tijd eerst maar eens de schillen.

Waarom is een nieuwe Wiv eigenlijk nodig? Welke stappen zijn er al gezet? Wat betekenen de veranderende dreigingen voor de Wiv? Hoe kunnen technologische ontwikkelen mee worden genomen? Kan een wet worden omgeschreven van techniek onafhankelijk naar dreigingsgericht? En hoe wordt er eigenlijk gedacht over een nieuwe Wiv, zowel door politici, belangenorganisaties en deskundigen?

Volgend keer schil 1: waarom komt er eigenlijk een nieuwe Wiv?