
Kan een minister de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zo sturen dat ze volledig naar zijn of haar pijpen dansen? Kan het begrip nationale veiligheid zo opgerekt worden dat oppositiepartijen onder het vergrootglas van de Dienst komen te liggen? Of dat illegale immigratie als een gevaar voor de nationale veiligheid wordt bestempeld? Zijn scenario’s, zoals recent in Polen en Hongarije, en die zich nu voor onze ogen uitrollen in de VS ook hier in Nederland mogelijk? Oftewel, hoe houden we onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten – die in het geheim mensen kunnen afluisteren en volgen– in deze turbulente tijden op het juiste pad?
Met deze invalshoek gingen Bart Jacobs en Rowin Jansen, beiden verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en specialisten op het terrein van inlichtingen- en veiligheidsdiensten aan de slag. Het resultaat is een zeer leesbaar én verontrustend boek geworden: Democratie onder druk, over geheime diensten in turbulente tijden.
En om maar direct een spoiler te geven: wie denkt dat onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten wel een stoot kunnen hebben van wat Jacobs en Jansen post truth- en post rules-politici noemen, die wordt snel uit de droom geholpen. Een stootje kan het systeem van aansturing, uitvoering en controle wel aan, maar meerdere rechtse directe stoten zijn niet af te weren. We leunen meer op een ‘cultuur’ dan op daadwerkelijk beschermende regels, dat is letterlijk naïef en daar is werk aan winkel stellen Jacobs en Jansen. Een autocratische stresstest is wat hen betreft noodzakelijk.
Een wereld vol geheimen
Maar voordat ze deze conclusie trekken ontrafelen Jacobs en Jansen kort maar overzichtelijk de politiek-bestuurlijke wereld van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waarbij de nadruk op de AIVD ligt. In een aantal heldere paragrafen kan iedereen die wel eens van geheime diensten heeft gehoord, maar wiens kennis beperkt is tot het bingewatchen van James Bondfilms, snel bijgespijkerd worden in wat de AIVD nu eigenlijk doet, hoe de Dienst wordt aangestuurd, wat de rol van de minister, het parlement, en de controlecommissies is en wat de positie van burgers nu eigenlijk is. Door direct ook enkele knelpunten te benoemen nemen de schrijvers de lezer direct mee in de kwesties die verderop in het boek worden uitgewerkt.
Hoe weten burgers nu echt met welk gedrag ze in netten van de AIVD worden gevangen? Een begrip als ‘nationale veiligheid’ is immer nergens duidelijk gedefinieerd. En hoe sterk is de parlementaire controle nu in de praktijk? De Commissie Stiekem (CIVD) is er wel op vooruitgegaan, maar de kennis rondom het functioneren van de AIVD is in de Tweede Kamer zeer laag. Het zijn hoofdstukken die snel makkelijk inzicht geven, maar soms geeft de schets van Jacobs en Jansen het gevoel dat ze er met zevenmijlslaarzen doorheen lopen, waardoor de historische context te kort wordt gedaan. Een context die zeker in dit thema van belang is, omdat de daadwerkelijk democratische inbedding van de AIVD ook nog maar van redelijk korte duur is, namelijk sinds 2001 bij de totstandkoming van de Wiv.
De waarheid bestaat niet meer
In het tweede deel duiken de schrijvers in de wereld van de post truth- en post rules- politici. Politici die zich gedragen alsof de waarheid en de regels niet voor hen gelden en daarmee hun eigen universum creëren. Iedereen kan hier namen, rugnummers en afsplitsing van afsplitsing bij bedenken. Het blijft natuurlijk interessant hoe ook de Nederlandse burger meesurft op deze golven die inbeuken op de democratische principes. Jammer genoeg laten Jacobs en Jansen hun gedachten daarover niet los. Wel laten ze in een volgend hoofdstuk zien dat er alternatieven zijn, zij omarmen het republicanisme. Eerder schreef Jacobs hier al een uitgebreid interessant essay over.
In dit boek is het een perspectief voor tegenwicht tegen de populistische autocraten, maar ook de puur liberale denkers, van wie we in Nederland ook vertegenwoordigers hebben. Heel kort gezegd biedt het republicanisme vrijheid als er geen mogelijkheid is tot willekeurige machtsuitoefening. Het doet me denken aan het door Timothy Snyder gepropageerde begrip over vrijheid, waarbij vrijheid alleen kan bestaan als er voldoende waarborgen voor gelijkheid aanwezig zijn.
Het handboek van autocraten
Vervolgens schilderen Jacobs en Jansen het pad dat de verschillende autocratische leiders (hebben) afgelegd. Wraakzucht, het framen van de oppositie als binnenlandse vijand, de verbouwing van de rechterlijke macht, het ondermijnen van de wetenschap en de migranten neerzetten als de grootste (be)dreiging. De roadmap van Hongarije, of Project 2025 van Trump zijn kenmerkend voor de paden die worden afgelegd. Noodmaatregelen en noodwetgeving worden ingezet als er te veel juridische obstakels blijken te zijn. Pers wordt geframed als onbetrouwbaar en juist digitale sociale media platforms krijgen alle vrijheid om hun polariserende algoritmes het werk te laten doen. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten komen sterk onder druk te staan om bepaalde thema’s in de onderste la te laten verdwijnen en onder druk van een nieuw benoemde leiding het steven te keren ten faveure van de wensen van de autocraten.
Een ontwikkeling waarvan in Nederland slechts sporadisch een tendens merkbaar is. Maar, zo stellen Jacobs en Jansen, zichtbaar is wel hoe pogingen worden ondernomen om de legitimiteit van de ambtenarij, de rechtspraak, de media of de wetenschap te ondermijnen. Vervolgens stellen ze de belangrijke vraag: wat als in ons land autocraten aan de macht komen? Ze schetsen hiervoor acht worstcasescenario’s, nadrukkelijk fictieve casussen, wel gebaseerd op de ontwikkelingen in het buitenland, waarmee ze in kaart brengen waar de ‘vangrails’ staan.
Een minister grijpt z’n kans
De scenario’s zijn duidelijk vanuit politiek-bestuurlijke invalshoek beschreven, waardoor er kwetsbaarheden in het systeem benoemd kunnen worden. Wat hierbij jammer genoeg ontbreekt is het burgerperspectief. Een perspectief dat juist van belang is als je hebt over ‘democratie onder druk’. In die zin hadden Jacobs en Jansen een blik kunnen werpen op de studie ‘Signalen voor de toekomst’ van het Rathenau Instituut, waarin het burgerperspectief nadrukkelijker aanwezig is. Nu blijft een beetje de vraag erboven hangen wat ik hier als burger mee kan.
Ik zal hier niet letterlijk de scenario’s benoemen die Jacobs en Jansen uitwerken, maar als uitgangspunt hebben ze letterlijk genomen wat ‘de minister wil’…
en vervolgens loopt dat van het geven van specifieke aanwijzingen aan de diensten via het stopzetten van onwelgevallige operaties tot het inzetten van noodmaatregelen. Een blik op de door Jacobs en Jansen uitgewerkte scenario’s laat zien dat ze allemaal binnen een bepaalde bandbreedte mogelijk zijn. Er zijn vangrails, maar hoe stevig die zijn en hoe goed ze worden onderhouden, dat is de vraag. En dat baart zorgen of zoals zij het zeggen ‘de democratische rechtsstaat is geen huis waarin we onbezorgd kunnen slapen’.
Het scenario ‘De minister wil een alternatieve geheime organisatie optuigen’ baart in mijn ogen de ernstigste zorgen. Jacobs en Jansen laten zien dat een dienst als de NCTV al sterk in de richting van een inlichtingendienst, zonder de bijpassende wetgeving, is geschoven. Ook halen ze inlichtingenhistoricus Bob de Graaff aan die spreekt zelfs van een ‘geruisloze groei van inlichtingenorganen’ en waarschuwt voor ‘de wildgroei aan onsamenhangende inlichtingenactiviteiten’ binnen de overheid. Het scenario, van een minister van Defensie die na de totstandkoming van de nieuwe Wiv, zijn Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC) optuigt om de rol van de MIVD op zich te nemen lijkt een mijl op zeven, maar is het verre van dat, voor wie in het scenario de activiteiten van het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC) leest. In de totaliteit van de beschrijving is het scenario ondenkbaar, maar als denkrichting zeker niet.
Een weerbare democratische rechtstaat
Wie alle scenario’s heeft doorgenomen kan niet ander dan samen met Jacobs en Jansen tot de conclusie komen dat de ‘harde’ vangrails om instituties te wapenen tegen zowel interne als externe bedreigingen hoognodig wettelijk verstevigd moeten worden. Maar niet alleen dat, de ‘zachte’ kant van de democratische rechtsstaat vergt eenzelfde onderhoud: het beste tegengif tegen achteruitgang is een sterke democratische en rechtsstatelijke traditie die breed onder burgers leeft en diep doorvoeld wordt op het Binnenhof, aldus Jacobs en Jansen.
‘Terwijl de zon nog schijnt, moeten we het dak repareren.’ Met deze mooie vergelijking geven Jacobs en Jansen aan dat de tien aanbevelingen die ze doen beter nu overdacht en uitgevoerd kunnen worden, dan dat we wachten tot de donkere wolken te dicht bij komen. Als belangrijkste conclusie moeten we vooral aan de slag om onze ‘mooi weer’-rechtsstaat robuuster maken: de juridische kaders moeten worden verstevigd en de checks-and-balances uitgebreid.
Het boek komt wat dat betreft op het juiste moment. De Tweede Kamer lijkt tamelijk ingedut als het om de nieuwe wetgeving van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gaat. Maatschappelijke organisaties lijken nog amper in staat het ingewikkelde proces te volgen en de toezichthouders staan meer en meer onder druk om mee te gaan in de wens van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om in deze tijd van dreiging flexibeler en wendbaarder te zijn. De door Jacobs en Jansen gewenste stresstest zou dan ook per direct ingezet moeten worden.

Democratie onder druk, over geheime diensten in turbulente tijden
Bart Jacobs en Rowin Jansen
Uitgever Querido
ISBN: 9789025321178
Prijs: € 18,50
Publicatiedatum: 13-05-2026
